De ongemakkelijke waarheid over het rechtssysteem

Dit is satire. Elke gelijkenis met bestaande personen of instellingen berust op toeval. Of op herkenning.

Het rechtssysteem is niet blind. Het ziet alles. Het kijkt alleen strategisch de andere kant op wanneer de genodigde voldoende gewicht meebrengt. Wie als gewone burger een misstap begaat, leert de efficiëntie van het systeem snel kennen. Aanhouding, verhoor, cel. De machine draait soepel. Maar wanneer de genodigde uit de bestuurskamer komt, hapert de stroom. Dossiers verdwijnen in laden, onderzoeken krijgen “meer tijd nodig” en persverklaringen vervangen uitkomsten.

Het structurele probleem is bekend, maar zelden hardop benoemd. Dezelfde politieke top die het land bestuurt, bepaalt ook wie toezicht houdt. De president ontvangt de procureur. De president ontvangt de justitieminister. De president bepaalt het tempo, de toon en soms het zwijgen. Dat roept een eenvoudige vraag op: wat gebeurt er wanneer degenen die onderzocht moeten worden, indirect bepalen wie onderzoekt?

Het publiek krijgt ondertussen updates zonder einde. Onderzoek loopt. Nog gaande. Bijna afgerond. Dan wisselt de regering en blijft het probleem. Klokkenluiders raken geĂŻsoleerd, dossiers verouderen en verontwaardiging heeft een korte houdbaarheid. Zo wordt “niemand staat boven de wet” een slogan zonder consequenties. 

Het echte debat gaat niet over personen, maar over een systeem dat gebouwd is op nabijheid en invloed. Zolang dat niet verandert, blijft recht selectief zichtbaar. Precies waar men niet kijkt.

error: Kopiëren mag niet!