Iran en Washington: een geschiedenis van actie en reactie

Wat vandaag de dag  tussen Iran en Washington gebeurt, is geen losstaand moment in de geschiedenis. Het is het resultaat van decennia van wederzijdse acties, interventies en escalaties. 

Wie de huidige spanningen wil begrijpen, moet teruggaan naar 1953. In dat jaar werd de democratisch gekozen premier Mohammad Mossadegh afgezet tijdens Operatie Ajax, een door de CIA gesteunde coup na zijn besluit om de Iraanse olie te nationaliseren. Voor veel Iraniërs markeert dit het begin van diep wantrouwen tegenover de Verenigde Staten.

De daaropvolgende 25 jaar regeerde sjah Mohammad Reza Pahlavi met sterke Amerikaanse steun. Zijn veiligheidsdienst SAVAK, berucht om repressie en martelingen, werd mede getraind door westerse inlichtingendiensten. De woede die zich in die periode opbouwde, mondde uit in de revolutie van 1979. De islamitische factie onder ayatollah Khomeini won uiteindelijk de machtsstrijd, mede door haar uitgesproken anti-Amerikaanse koers. De gijzelingscrisis in de Amerikaanse ambassade bevestigde de breuk.

Tijdens de Iran-Irakoorlog in de jaren tachtig steunde Washington Irak diplomatiek en militair, terwijl Saddam Hoessein chemische wapens inzette tegen Iraanse troepen. In 1988 schoot de Amerikaanse kruiser USS Vincennes per vergissing Iran Air-vlucht 655 neer, waarbij 290 burgers omkwamen. In Iran leeft dit incident voort als symbool van Amerikaanse onverschilligheid.

De nucleaire kwestie vormt het meest recente hoofdstuk. In 2015 sloot Iran het Joint Comprehensive Plan of Action, waarbij het zijn nucleaire programma sterk beperkte in ruil voor sanctieverlichting. Internationale inspecteurs bevestigden naleving. In 2018 trok de Amerikaanse regering zich eenzijdig terug uit het akkoord en herstelde zware sancties. Iran hervatte daarop stapsgewijs nucleaire activiteiten. Sindsdien is het wantrouwen verder verdiept.

Tegenwoordig kampt Iran met zware economische problemen, hoge inflatie en sociale onrust. Sancties, internationale isolatie en binnenlands wanbeheer versterken elkaar. In Washington wordt druk gezien als middel tot verandering. In Teheran wordt dezelfde druk geïnterpreteerd als bevestiging dat zelfredzaamheid, afschrikking en regionale invloed noodzakelijk zijn om te overleven.

De kernvraag blijft of voortdurende escalatie stabiliteit oplevert of juist verdere radicalisering veroorzaakt. De geschiedenis suggereert dat elke poging om Iran te verzwakken, nieuwe veiligheidsreflexen oproept. 

Tegelijkertijd blijft het Iraanse regime zelf verantwoordelijk voor repressie en economisch beleid dat de bevolking zwaar treft.

Wat nu ontstaat, is geen eenvoudig verhaal van goed en kwaad, maar een langdurige keten van actie en reactie. Zonder erkenning van die geschiedenis dreigt elke nieuwe stap slechts een volgend hoofdstuk in dezelfde cyclus te worden.

Prof. Jiang Xueqin

error: Kopiëren mag niet!