COLUMN – Twee emmertjes water halen. Twee emmertjes pompen

Paramaribo heeft een bijzondere relatie met vuur. Niet omdat de stad vaak in brand staat, neen dat niet, maar omdat na elke brand een tweede dramatische ramp volgt: De persconferentie. Daarin verschijnt steeds een beleidsmaker of zo u wilt “grappenmaker” die, met een gezicht vol ernst en een mond vol beloften, aankondigt dat “de brandweer zo spoedig mogelijk beter zal worden uitgerust”. Maar het vuur is altijd sneller dan die loze beloften.

De afgelopen jaren klinkt de noodkreet van de Surinaamse brandweer namelijk niet meer als een waarschuwing, maar als een herhalingsoefening. De brandweerbond stelde  eerder al dat de brandveiligheid in Suriname niet langer gegarandeerd is en dat brandweerposten niet operationeel zijn door onderbezetting en gebrek aan uitrusting. Collega bonden bevestigden hetzelfde. 

Concrete overheidsacties over aanschaf van materiaal en voorzieningen blijven uit, terwijl brandweerlieden zelfs gewond kunnen raken door het ontbreken van bescherming. 

Steeds weer wordt er na iedere brand gesproken alsof het probleem die dag voor het eerst is ontdekt. Het materieel heeft, anders dan onze goedbetaalde beleidsmakers, een eigen armoedige carrière. Brandweervoertuigen staan stil omdat geld voor reparaties ontbreekt. Brandslangen  zijn zo lek als een zeef. Een post kan soms niet eens uitrukken wegens personeelstekort. Volgens de manschappen ontbreekt er al jarenlang een ladderwagen of hoogwerker om effectief te kunnen blussen. Kortom: Wij beschikken over moedige brandweermannen, maar hun uitrusting zelf moet nog geleverd worden. 

Het is alsof de overheid verwacht dat hun moed kan vervangen wat materiaal zou moeten doen.

Daarom zie je bij branden steeds dezelfde tragische situatie. Brandweerlieden die snel arriveren, maar vervolgens moeten improviseren  met middelen die hun werk vertraagt. 

Ondertussen zien bewoners hun huizen en bezittingen opgaan in vuur, as en dierbare herinneringen. Wat daarna volgt is een vast ritueel. De overheid belooft. De samenleving hoopt.

Elke volgende brand bewijst steeds  dat “A SYSTEEM NO KENKI”

De brandweer vraagt geen marmeren kazernes, geen airconditioning, Gucci uniformen of Timberland boots. Wat ze vragen zijn simpelweg middelen om hun werk goed te doen; voertuigen, bescherming, water, een ladderwagen en vooral goede arbeidsvoorwaarden. Het zijn geen grootse plannen die nodig zijn. We hebben daarvoor echt geen taskforce, QuickScan, commissie of werkgroep nodig. De pijn is overal zichtbaar, voelbaar en alom bekend. 

Zolang wij branden blijven bestrijden met toespraken in plaats van uitrusting, blijft de nationale strategie eigenlijk neerkomen op het kinderlijkste brandblusbeleid ooit bedacht door onze beleidsmakers:

BRASA MIE

error: Kopiëren mag niet!