Het verschil tussen vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging
Veel mensen denken dat vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging hetzelfde zijn, maar de rechter zegt eigenlijk twee heel verschillende dingen.
Vrijspraak betekent; de rechter weet niet zeker of de verdachte het heeft gedaan. Het bewijs klopt niet goed genoeg. Misschien zijn er geen goede getuigen, spreken verklaringen elkaar tegen of is er geen camerabeeld. De rechter zegt dan in gewone taal: “Ik kan niet vaststellen dat jij de dader bent. Je gaat naar huis omdat niet bewezen is dat jij het was”.
Ontslag van rechtsvervolging betekent juist het tegenovergestelde. De rechter gelooft wel dat de verdachte het feit heeft gepleegd, maar vindt dat de verdachte in die situatie niet gestraft mag worden.
Een herkenbaar voorbeeld uit het dagelijks leven in Suriname. Bijvoorbeeld: Een winkeleigenaar in Paramaribo sluit ’s avonds zijn zaak. Een man probeert hem te beroven en rent met een mes op hem af. De winkelier slaat hem in paniek met een ijzeren staaf. De overvaller raakt zwaargewond. Getuigen, camera’s en politieonderzoek laten duidelijk zien dat de winkelier degene was die sloeg. Dat staat dus vast. Toch straft de rechter hem niet, omdat hij zichzelf moest beschermen. Dat is ontslag van rechtsvervolging. Hij deed het, maar het was begrijpelijk.
Als er daarentegen geen bewijs was dat de winkelier inderdaad degene was die sloeg, dan zou hij vrijspraak krijgen. Dus simpel.
Bij vrijspraak is het feit wel begaan door de verdachte, maar er is geen bewijs.
Bij ontslag van rechtsvervolging weet men dat de verdachte het deed, maar er volgt geen straf omdat er een grondige en wettelijke reden daarvoor is.
