Steeds meer kinderen en jongeren gebruiken kunstmatige intelligentie niet alleen om huiswerk te maken, maar ook om te praten over gevoelens, twijfels en persoonlijke problemen. Voor veel tieners voelt een chatbot veilig. Er is geen oordeel, geen boze blik en alles blijft anoniem. Dat maakt het aantrekkelijk, vooral wanneer zij het gevoel hebben dat ouders of leraren hen niet begrijpen of geen tijd hebben.
Volgens opvoedkundigen raken ouders hierdoor langzaam de controle kwijt over een belangrijk deel van de opvoeding.
Kinderen nemen adviezen serieus die door een computer worden gegenereerd, zonder altijd te beseffen dat zoān systeem geen mens is en geen echte verantwoordelijkheid draagt. Digitale antwoorden kunnen logisch klinken, maar missen vaak nuance, emotie en context.
Psycholoog Glenn Wijngaarde waarschuwt voor de gevolgen. āEen chatbot kan luisteren, maar niet aanvoelen. Kinderen leren juist door echte gesprekken hoe empathie, grenzen en verantwoordelijkheid werken. Als die gesprekken verdwijnen, ontstaat er een leegte in de sociale ontwikkelingā, stelt hij. Volgens hem is het risico niet dat technologie bestaat, maar dat volwassenen zich terugtrekken.
Tegelijk laat deze ontwikkeling ook iets anders zien. Veel jongeren hebben behoefte aan aandacht, begrip en een plek waar zij vrij kunnen praten. Technologie springt in dat gat omdat zij altijd beschikbaar is. Dat zegt iets over de druk die jongeren ervaren en over de afstand die soms ontstaat binnen gezinnen.
De uitdaging voor Surinaamse ouders en scholen is om een balans te vinden. Verbieden alleen werkt niet. Digitale opvoeding betekent uitleggen wat AI wel en niet is, meekijken, vragen stellen en vooral zelf het gesprek blijven voeren.
Technologie kan ondersteunen, maar mag nooit de rol van ouder, leerkracht of vertrouwenspersoon volledig overnemen
