Krishna Mathoera: “Slechts fractie van aangiften bereikt rechter”

De doorstroming van strafzaken binnen de Surinaamse rechtsketen vertoont ernstige knelpunten. Dat heeft VHP-parlementariër Krishna Mathoera, voormalig politiecommissaris en oud-minister gesteld. Dit deed zij aan de hand van concrete cijfers die een zorgwekkend beeld schetsten  van de afstand tussen aangifte en daadwerkelijke rechtspraak.

Volgens Mathoera worden jaarlijks circa 23.000 strafzaken aangegeven bij de politie. Van dit totaal bereikt slechts een beperkt deel de volgende schakels binnen de justitiële keten. Ongeveer 5.000 zaken worden in dossier­vorm uitgewerkt en doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie (OM) voor verdere behandeling. Van deze dossiers stroomt opnieuw slechts een deel door.

“Ongeveer 1.250 zaken gaan daadwerkelijk naar de rechter”, gaf de parlementariër aan. Daarmee wordt slechts een kleine minderheid van de oorspronkelijke aangiften strafrechtelijk vervolgd.

Rechtsgevoel onder druk

Nog kleiner is de groep zaken die uiteindelijk het Hof van Justitie bereikt. Op basis van gegevens van de rechterlijke organisatie stelde Mathoera dat uiteindelijk slechts 51 strafzaken bij het Hof belanden. Civiele zaken bereiken het Hof volgens haar nog minder vaak, naar schatting ongeveer een derde van het aantal strafzaken dat vanuit de Kantongerechten doorstroomt. De cijfers roepen volgens Mathoera fundamentele vragen op over het rechtsgevoel binnen de samenleving. “Het gaat erom in welke mate de burger een bevredigend gevoel heeft wanneer zijn rechten zijn geschonden of wanneer hij onvoldoende bescherming ervaart”, stelde hij tegenover ABC. 

Van de circa 23.000 aangiften hoort de burger in naar schatting 18.000 gevallen niets meer terug. Volgens haar kan dit verschillende oorzaken hebben: gebrek aan opsporingscapaciteit, het niet kunnen identificeren van verdachten, of structurele beperkingen binnen het korps. Hierdoor blijft een groot deel van de zaken feitelijk steken bij de politie. “De grote ‘safe’ zit bij de politie”, aldus Mathoera, doelend op de eerste schakel waar het merendeel van de dossiers strandt.

Internationaal herkenbaar, maar lokaal nijpend

De parlementariër plaatste de problematiek wel in internationaal perspectief. Wereldwijd bereikt slechts een fractie van alle aangiften de rechter. Toch vindt zij dat dit gegeven Suriname niet ontslaat van de plicht om het systeem te verbeteren. Met name aan de voorkant van de keten moeten beleidsmaatregelen worden getroffen. Burgers moeten beter geïnformeerd worden over de status van hun zaak, ook wanneer deze niet verder kan worden onderzocht. Zij pleit voor structurele feedbackmechanismen. Bijvoorbeeld wanneer een verdachte niet kan worden opgespoord, of wanneer een zaak wegens gebrek aan bewijs wordt stilgelegd. Duidelijke communicatie kan volgens haar het vertrouwen in politie en justitie versterken.

Cold cases en heropening onderzoeken

Mathoera wees ook op het belang van het actief beheren van zogeheten cold cases. Zaken zonder directe verdachte verdwijnen vaak jarenlang naar de achtergrond, terwijl heropening later alsnog tot doorbraken kan leiden. Het systematisch herbekijken van oude dossiers kan bijdragen aan waarheidsvinding, maar vereist wel organisatorische en personele capaciteit. Niet alleen bij de politie, maar ook bij het Openbaar Ministerie ziet Mathoera ruimte voor meer openheid. Het OM beschikt over verschillende afdoeningsmogelijkheden, zoals vervolging, voorwaardelijk seponeren of volledig seponeren van zaken. 

Politieke ambtsdragers en artikel 148 Grondwet

In het debat over willekeur bij vervolging van politieke ambtsdragers verwees Mathoera naar artikel 148 van de Grondwet. Dit artikel biedt de regering de mogelijkheid om het Openbaar Ministerie beleidsmatige aanwijzingen te geven inzake vervolging. Indien de politieke wil bestaat om bijvoorbeeld corruptiezaken onder ambtsdragers prioriteit te geven, kan de regering volgens haar die richting expliciet aangeven. Dat vereist echter wel dat de onderzoeks- en opsporingscapaciteit daarop wordt ingericht. Als rode draad door de gehele strafrechtketen ziet Mathoera één structureel probleem terugkeren: capaciteitstekort. Uit eigen ervaring weet zij dat veel onderzoeken eenvoudigweg niet kunnen worden uitgevoerd door gebrek aan mensen, middelen en technische ondersteuning. Zonder investeringen in recherche, forensische expertise en dossieropbouw zullen beleidsvoornemens volgens haar weinig effect sorteren.

Oproep tot ketenbrede versterking

De parlementariër pleit daarom voor een integrale benadering: versterking van politie, betere informatievoorziening aan burgers, transparanter vervolgingsbeleid en duidelijke regeringsprioriteiten bij zware delicten zoals corruptie. Alleen dan kan het vertrouwen in de rechtsstaat worden hersteld en kan de burger het gevoel krijgen dat aangifte doen daadwerkelijk zin heeft.

error: Kopiëren mag niet!