Politici willen dat je gelooft dat ze visionairs zijn. Dat ze offers brengen, dat ze dag en nacht werken voor het land, dat elke buitenlandse reis, elke vergadering en elk protocol “in het belang van Suriname” is. Het beeld is zorgvuldig opgebouwd: de leider als redder, als onmisbare schakel, als degene die het allemaal ziet en draagt. Maar achter dat beeld schuilt een systeem dat minder met visie te maken heeft dan met macht, behoud en gemak.
Die zogenaamde visie rust niet op meetbare resultaten, maar op politieke deals, loyaliteitsnetwerken en bevriende aannemers. Op instituties die formeel bestaan, maar praktisch monddood zijn. Op controleorganen die zwijgen of worden geneutraliseerd. En altijd op een financieel tekort dat uiteindelijk door de burger moet worden opgevangen. Belastingen stijgen, diensten verslechteren, maar verantwoordelijkheid wordt vooruitgeschoven. Naar later. Naar morgen. Naar de volgende regering.
In Suriname heet dat bestuurlijke continuïteit. Het klinkt geruststellend, bijna professioneel. In de praktijk betekent het dat dezelfde gezichten blijven circuleren tussen ministeries, De Nationale Assemblee en staatsbedrijven. Functies veranderen, titels wisselen, maar de macht blijft in dezelfde kring. Intussen verzakken wegen, worden bruggen met staalplaten tijdelijk permanent gemaakt en falen basisdiensten structureel. Toch is elke crisis plotseling, elke misstand onverwacht en elke fout altijd de schuld van de vorige regering.
Transparantie wordt graag aangekondigd. Hervormingen worden plechtig beloofd. Maar zelden geleverd. Of pas na de volgende verkiezingen, wanneer de belofte opnieuw kan worden gedaan. Beleidsplannen stapelen zich op, rapporten worden gepresenteerd, maar uitvoering blijft uit. Wat blijft, is retoriek. Mooie woorden zonder cijfers. Persmomenten zonder consequenties.
Politici spreken vaak over de offers die het volk moet brengen. Over begrip in moeilijke tijden. Over geduld, solidariteit en nationale verantwoordelijkheid. Minder vaak spreken ze over hun eigen privileges. Dienstreizen zijn normaal, declaraties vanzelfsprekend, voertuigen noodzakelijk. Als een luchtverbinding stilvalt, blijft het stil.
Als leraren staken, wordt opgeroepen tot kalmte. Als burgers vragen waar het geld blijft, volgt uitleg zonder onderbouwing.
Het systeem is zo ingericht dat falen geen gevolgen heeft. Ministers treden niet af, ze schuiven door. Van het ene ministerie naar het andere. Of naar een staatsbedrijf. Of naar een adviesfunctie. Beleidsplannen worden herschreven in plaats van uitgevoerd. Commissies onderzoeken, maar concluderen niets dat pijn doet. Niemand is verantwoordelijk, iedereen was betrokken.
Zo groeit de afstand tussen bestuur en samenleving. Niet omdat burgers niet willen begrijpen, maar omdat ze te vaak hebben gezien dat woorden geen daden volgen. Dat beloften tijdelijk zijn en verantwoordelijkheid vluchtig. Toch blijft men doen alsof communicatie het probleem is, alsof betere uitleg voldoende zou zijn. Alsof vertrouwen kan worden hersteld met slogans.
Niemand heeft een levenslange politieke carrière nodig om een land te dienen. Bestuur is geen bezit en macht geen persoonlijk recht. Toch klampen sommigen zich vast alsof Suriname zonder hen niet kan functioneren. Alsof alternatieven gevaarlijk zijn. Alsof kritiek gelijkstaat aan ondermijning. Dat is geen leiderschap. Dat is systeembehoud.
Politici zijn geen bewijs van visie. Niet wanneer controle ontbreekt. Niet wanneer kritiek wordt genegeerd. Niet wanneer falen geen prijs heeft. Dan zijn ze het bewijs van een systeem dat zichzelf belangrijker vindt dan de samenleving die het zegt te vertegenwoordigen.
En zolang dat systeem overeind blijft, zal de burger gevraagd blijven worden om te geloven. Niet omdat het waar is, maar omdat het zo wordt verteld.
