Er is wel geld voor reizen en feesten, maar niet voor het volk

Terwijl Surinamers dagelijks horen dat de staatskas leeg is, werd onlangs bekend dat SRD 1,4 miljoen is vrijgemaakt voor een jubileumactiviteit van het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening. Minister Stephen Tsang doet de ontevredenheid de gemeenschap hierover af als laster, muggenzifterij en pietlulligheid, terwijl er volgens hem andere  belangrijke zaken zijn die de aandacht vragen. 

Hieruit blijkt dat de minister het duidelijk niet heeft begrepen en voorbij gaat aan de pijn van de gemeenschap, die moet toekijken hoe hij en de zijnen zich in luxe wentelen.

De boodschap aan het volk is al jaren dezelfde. Bezuinigen, volhouden, begrip tonen. De praktijk laat echter iets anders zien. 

Surinaamse studenten in Cuba wachten al maanden op hun studie- en verblijfsgelden. Militairen zijn ondergebracht in vervallen barakken. Ziekenhuizen kampen met tekorten aan medicijnen en verbandmiddelen. Overuren worden niet uitbetaald aan groepen die daar recht op hebben. Scholen missen zelfs de meest elementaire voorzieningen. Politie en veiligheidsdiensten hebben regelmatig geen benzine, geen computers en geen papier. Wegen en zandpaden zijn nauwelijks begaanbaar en nog vele noden. Overal in het land ontbreken zelfs de meest basale voorzieningen.

Sandra, een leerkracht, verwoordt het groeiende onbegrip: “Geld is geld. Als er geld is voor reizen en feestjes, dan moet het er ook zijn voor de noden van het volk.”

Ook ambtenaren voelen de gevolgen. Dennis, werkzaam bij een overheidsinstantie, zegt dat medewerkers elke dag vroeg naar huis gaan.. “Er is geen stromend water en alle airco’s zijn kapot. Zo kun je geen dienst verlenen aan de samenleving.”

Volgens Anand is het probleem structureel. “Na elke verkiezing begint het land weer op een  nulpunt. Armoede blijft, ellende groeit, maar politici en hun kring gaan er steeds op vooruit.”

De tegenstelling is pijnlijk zichtbaar. Terwijl de  burgerij wordt gevraagd offers te brengen, lijkt er voor de overheid zelf altijd financiële ruimte te zijn. Deze selectieve zuinigheid komt hard aan bij ons als bevolking en leert ons de overheid niet te vertrouwen. 

Zolang geld beschikbaar is voor uiterlijk vertoon, maar niet voor basisbehoeften, blijft alleen de conclusie overeind dat er geen geldgebrek is, maar een probleem van prioriteiten.

error: Kopiëren mag niet!