Stel je voor: tieners in Suriname moeten verplicht offline en dan valt ook nog de wifi uit. Geen social media, geen scrollen, geen “ik kom zo”. In huis ontstaat paniek. Niet bij de tieners alleen, maar vooral bij de ouders. Want niemand had dit scenario geoefend.
De tiener zit eerst vijf minuten stil. Daarna komt de vraag: “Wat moet ik doen?” Ouders kijken elkaar aan. Ze hadden geen plan. De afgelopen jaren was internet de oppas. Zolang de tiener online was, konden ouders hun eigen zaken doen, werken, bellen, rusten of gewoon even niets. Nu staat er ineens een levend mens in de woonkamer.
Tieners proberen van alles. Ze lopen door het huis, stellen vragen, willen praten. Sommigen pakken een boek en leggen het na drie pagina’s weer weg. Buiten spelen klinkt leuk, maar het is warm en iedereen is offline, dus aan wie laat je zien dat je buiten bent?
Ouders raken geïrriteerd. Ze moeten ineens opvoeden, uitleggen, aandacht geven. Dat kost tijd. Tijd die er eigenlijk niet is. Sommigen sturen de tiener klusjes doen, anderen zetten de tv aan en hopen dat dat telt als oplossing.
Het probleem is duidelijk: iedereen was gewend aan stilte door schermen. Zonder wifi valt niet alleen het internet weg, maar ook het gemak. En niemand weet precies wat daarvoor in de plaats moet komen.
