Ze waren geniaal tot iemand ging meelezen  

De verleiding is groot om de oude politieke garde slimmer te noemen dan de huidige. Dat oordeel houdt echter geen stand bij analyse. Politici uit de jaren vijftig tot aan de komst van het internet beschikten niet over superieure intellectuele capaciteiten, maar over een structureel communicatievoordeel. Zij opereerden in een tijd waarin informatie schaars was en streng gefilterd werd. Met enkele kranten, een handvol radiozenders en één staatsomroep beheersten zij het publieke debat. Niet door scherp beleid, maar door gebrek aan tegenstemmen.

De bevolking had beperkte mogelijkheden om beleid te controleren, reizen te volgen of geldstromen te doorgronden. Politieke delegaties die naar Nederland vertrokken, werden met bussen naar Zanderij gebracht en bij terugkeer met evenveel pracht en praal onthaald. Symboliek verving inhoud. 

Er was applaus, maar geen transparantie. Er werd geld ontvangen uit Nederland, maar structureel beleid bleef uit. Het resultaat was afhankelijkheid zonder ontwikkeling, een moinie doro zonder routekaart.

Dat deze politici als staatsmannen werden gezien, had minder te maken met prestaties en meer met informatie-asymmetrie. Kritiek bereikte het publiek nauwelijks, laat staan bewijs. In die context kon zelfverheerlijking floreren. Velen leefden en regeerden alsof zij erfgenamen waren van de koloniale elite, met privileges die niet ter discussie stonden.

Met de komst van het internet verdween dit monopolie abrupt. Politici zijn niet dommer geworden, maar zichtbaar. Burgers kunnen nu volgen waar bestuurders zijn, wat ze doen en hoe belastinggeld wordt besteed. Reizen, declaraties en besluiten zijn geen geruchten meer maar data. Dat voelt voor sommigen als een intellectuele achteruitgang van de politiek, maar is in werkelijkheid een verlies aan controle.

De mythe van de slimme oude politicus is dus precies dat: een mythe. Wat verdween is niet intelligentie, maar de stilte waarin macht ooit ongehinderd kon opereren

error: Kopiëren mag niet!