Het A20 Assembleelid Steven Reyme vindt de maatschappelijke discussie over de salarissen van Assembleeleden versus die van leerkrachten oneerlijk. Hij stelt dat hij niet heeft gevraagd om het huidige Assemblee-salaris van ruim SRD 130.000 bruto en wijst erop dat deze regeling is doorgedrukt door een vorig parlement met een andere coalitie.
Zolang de wet van kracht is, zegt hij, kan zij niet terzijde worden gelegd. Intern wordt er gesproken, al nog niet op huishoudelijk niveau. Wat bedoeld was als een zegen, dreigt volgens hem een vloek te worden. Daarbij merkt hij op dat ook directeuren van parastatale bedrijven vergelijkbare bedragen verdienen en dat de focus niet uitsluitend op de 51 leden van De Nationale Assemblee moet liggen.
Daarmee is de kern van het probleem keurig samengevat, maar ook zorgvuldig omzeild. De wet wordt gepresenteerd als een natuurverschijnsel waartegen geen menselijke handeling mogelijk is. Niet gevraagd, maar wel ontvangen, en vooral: behouden. De morele verontwaardiging wordt uitbesteed aan de samenleving, terwijl de verantwoordelijkheid wordt geparkeerd bij een abstract begrip dat “wet” heet.
Opmerkelijk is dat burgers wél alternatieven zien. Wie werkelijk vindt dat het salaris onterecht is, kan het overschot publiekelijk afstaan. Dat kan transparant, via een notariële verklaring, aan een onderwijsfonds, een sociale instelling of een ander maatschappelijk doel. Dat vereist geen wetswijziging, geen coalitieoverleg en geen goddelijke tussenkomst. God appen kan niet, maar een notaris bellen wel.
Het argument dat men zich “verschuilt achter de wet” krijgt zo extra gewicht. Wie iets wil doen, kan dat doen. Wie het niet wil, vindt altijd een bocht. En die bochten blijken in Suriname vaak beter onderhouden dan de schoollokalen waar leerkrachten met SRD 13.000 netto hun roeping proberen vol te houden.
