De discussie over de hervorming van de rechterlijke macht laat zien hoe diep de politieke tegenstellingen in de regering en de Nationale Assemblee zijn. Dat coalitie- en oppositiepartijen lijnrecht tegenover elkaar staan, is te verwachten.
Opvallend is wat er nu binnen de coalitie zelf gebeurt. Daar komt de verdeeldheid steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte.
Coalitiepartner ABOP, bij monde van partijleider en DNA-ondervoorzitter Ronnie Brunswijk, neemt publiekelijk afstand van de initiatiefwetten. Hij vindt dat het parlement hier niet het voortouw had mogen nemen en verwijt initiatiefnemer Ebu Jones (NDP) dat hij optreedt als “boodschapper” van de regering.
Volgens Brunswijk had de regering zelf de politieke moed moeten tonen om deze gevoelige wetswijzigingen in te dienen, in plaats van zich te verschuilen achter parlementaire initiatiefnemers. Het gaat immers om grondwetswijzigingen.
Deze kritiek is ernstig en zaait verwarring en verdeeldheid. De ABOP maakt immers zelf deel uit van de regering. Brunswijk gaat ook voorbij aan het recht van de Nationale Assemblee om initiatief wetten in te dienen. Bovendien hebben ook ABOP-DNA-leden meegetekend onder de wetsontwerpen. Daarmee ontstaat het beeld van een partij die tegelijk meedoet en afstand neemt. Dat is politiek manipulatief bestuurlijk verwarrend.
Ook binnen andere partijen klinken afwijkende stemmen. NPS-lid Poetini Atompai weigert zich te voegen naar de partijlijn en kiest openlijk een eigen koers. Zijn boodschap is dat kadaverdiscipline het verliest van persoonlijke overtuiging, als het om zaken gaat die een fundamenteel deel van de rechtstaat Suriname raken.
Kritische burgers zijn van oordeel dat wetgeving gebaseerd moet zijn op beleid en niet op persoonlijke vooroordelen over het functioneren een functionaris in de trias politica.
De VHP vat het debat scherp samen door te stellen dat de wetsontwerpen zijn ingegeven door politieke wenselijkheden en niet door legitimiteit. Hervormingen van de rechterlijke macht vragen om eensgezindheid, uiterste zorgvuldigheid en duidelijk leiderschap.
Wat nu zichtbaar wordt, is een coalitie die het onderling niet eens is en een parlement dat worstelt met zijn eigen rol.Â
