Olie-inkomsten voor de gewone burger: Suriname en de uitdaging van een sociaal contract

Terwijl Suriname zich opmaakt voor een nieuw tijdperk van olie-inkomsten, klinkt steeds luider de vraag: hoe vertaalt de rijkdom uit de diepe zee zich naar de levens van gewone burgers? 

Het GranMorgu-project van TotalEnergies, met een geschatte opbrengst van meer dan 750 miljoen vaten olie, belooft miljarden aan staatsinkomsten. Maar zonder een duidelijke verdelingsstrategie dreigt de droom van welvaart te verzanden in ongelijkheid en wantrouwen.  

Economische analisten wijzen erop dat Suriname een unieke kans heeft om olie-inkomsten te koppelen aan sociale vooruitgang. Een voorstel dat circuleert onder beleidsmakers en maatschappelijke organisaties pleit voor een Olie-naar-Menselijk-Kapitaal Fonds. Het idee: minstens 55 procent van de inkomsten moet direct naar onderwijs, gezondheidszorg en sociale bescherming vloeien.  

Macro-economische stabiliteit alleen is niet voldoende. Burgers moeten merken dat hun kinderen beter onderwijs krijgen, ziekenhuizen toegankelijker zijn, sociaal zwakkeren voldoende sociale ondersteuning krijgen, en ouderen een waardig pensioen ontvangen.  

Volgens het voorstel van zou: 20 procent van de inkomsten moeten worden geïnvesteerd in onderwijs – van digitale infrastructuur tot lerarenopleidingen; 20 procent in gezondheidszorg – met de nadruk op preventie en regionale klinieken; en 15 procent in sociale bescherming -waaronder kinderbijslag en sociale woningbouw. Daarnaast moet 10 procent worden gereserveerd voor klimaatadaptatie en duurzame energie, terwijl 20 procent in een Sovereign Wealth Fund moet worden gestort om toekomstige generaties te beschermen tegen fluctuerende economische ontwikkelingen waaronder prijsschommelingen.  

De verdeling is ambitieus, maar ook noodzakelijk. Suriname kent een lange geschiedenis van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen die niet duurzaam werden ingezet. Het gevaar van de zogeheten Dutch Disease – de negatieve gevolgen van de bloei van een sector bijvoorbeeld de olie- en gasindustrie op de ontwikkelingen in andere sectoren – ligt op de loer. Transparantie en burgerparticipatie zijn daarom cruciaal om te voorkomen dat olie-inkomsten verdwijnen als gevolg van politieke patronage.  

Het debat over olie gaat dus niet alleen over vaten en dollars, maar over vertrouwen. Een vertrouwen dat zal ontstaan of worden vergroot als burgers ervaren dat de rijkdom tastbaar hun levenskwaliteit verbetert. Hierdoor kan Suriname een nieuw sociaal contract met het volk tekenen waarin olie niet slechts een exportproduct is, maar een hefboom voor inclusie, gelijkheid en toekomstbestendigheid.  

error: Kopiëren mag niet!