Nu steeds meer landen sociale media voor tieners verbieden, ontstaat een onverwacht maatschappelijk experiment. De officiële reden is bescherming. De onofficiële uitkomst is dat niemand wist wat tieners deden toen ze stil en naar hun scherm keken. Zonder apps zitten ze ineens rechtop, aanwezig, en opvallend alert. Ouders dachten dat het verbod rust zou brengen. In plaats daarvan krijgen ze vragen.
Tieners hebben tijd. Tijd om na te denken, tijd om rond te kijken, tijd om verbanden te leggen. Ze merken op dat regels altijd voor hen gelden en zelden voor volwassenen. Ze zien hypocrisie sneller dan voorheen, omdat niemand hen meer afleidt met eindeloze video’s. Het verbod maakt hen niet dommer, maar juist opmerkelijk scherp.
Op school verschuift de hiërarchie. Niet likes, maar fysieke bezittingen en sociale dominantie bepalen opnieuw de orde. Concentratie neemt toe, wat het voor docenten lastig maakt om middelmatige lessen te verbergen achter “jullie letten toch niet op”. Vervelend.
Het grootste probleem zit thuis. Tieners zoeken dopamine via gesprekken, waardering en soms zelfs affectie. Ouders worden geconfronteerd met hun eigen afwezigheid. Sociale media hielden kinderen stil, maar ook volwassenen comfortabel ongestoord. Nu dat wegvalt, wordt duidelijk wie er echt verslaafd was
