De brief ligt er plotseling. Geen groet, geen uitleg, geen schaamte. Alleen het bedrag, vet gedrukt, alsof het trots is op zichzelf. Stroom en water zijn duurder. Punt. In Suriname heet dat communicatie. De reden volgt later, misschien. Tegen de tijd dat die komt, is de rekening al betaald of genegeerd.
Beide uit noodzaak.
Mensen begrijpen prijsstijgingen best. Ze begrijpen alleen niet waarom ze altijd zonder verhaal komen. Een hogere rekening voelt als straf zonder misdrijf. Niemand heeft meer verbruikt, niemand heeft iets verkeerd gedaan, maar toch is er schuld. Financiële schuld. En schuld moet worden ingelost, niet uitgelegd.
Aan de keukentafel begint het creatieve denken. Douchen wordt een tijdschema. Lampen krijgen een reputatie. Kinderen worden aangesproken alsof verspilling een karaktertrek is. “Doe die fan uit.” “Waarom staat dit licht aan?” Zo wordt beleid opvoeding. Het systeem verhoogt, het gezin corrigeert.
De satire zit in de verantwoordelijkheid. Het nutsbedrijf verhoogt, de overheid zwijgt en de burger past zich aan. Alsof aanpassing een natuurlijke hulpbron is. Alsof geduld oneindig is en uitleg optioneel. Niemand voelt zich persoonlijk verantwoordelijk, maar iedereen int persoonlijk.
Een Surinaamse moeder zei het droog: “Ze verhogen zonder praten, maar wij moeten elke dag uitleggen.” Dat is de kern. De rekening spreekt luid, de reden fluistert niet eens. En zo blijft de brief zonder excuses liggen, terwijl het huishouden zich opnieuw herorganiseert. Stil, zuinig en zonder uitleg terug.
