De commotie die dinsdag in De Nationale Assemblee ontstond na de opmerking van VHP-Assembleelid Ameerani Jarbandhan over de vermeende politieke kleur van de procureur-generaal (pg) is geen incident, maar een symptoom.
Het is het bekende patroon waarbij politieke frustratie wordt vermomd als principiële vraagstelling, terwijl in werkelijkheid een onafhankelijke functionaris in diskrediet wordt gebracht. De vraag of de pg “het veld moet ruimen” vanwege een veronderstelde politieke overtuiging is juridisch leeg en institutioneel schadelijk.
De procureur-generaal bekleedt een constitutionele functie die juist boven partijpolitiek moet staan. Dat is geen vrijblijvende etiquette, maar een fundament van de rechtsstaat. Wie zonder bewijs suggereert dat de pg gelieerd zou zijn aan een politieke partij, zaait twijfel over de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Daarmee wordt niet de pg geraakt, maar het vertrouwen van burgers in vervolging, rechtsgelijkheid en machtenscheiding. Dat een Assembleelid die twijfel introduceert vanuit het parlementaire podium, vergroot de schade.
De kernvraag is niet of de pg een politieke voorkeur heeft, maar waarom een volksvertegenwoordiger meent die vraag te mogen politiseren. Welke feiten liggen eraan ten grondslag? Welke handelingen van de pg zouden partijpolitiek gemotiveerd zijn?
Die onderbouwing ontbreekt volledig. In plaats daarvan wordt een suggestieve vraag ingezet als retorisch wapen. Het is de klassieke techniek van insinuatie zonder bewijs: noem het woord “politiek” en laat de rest aan de verbeelding over.
Dat dit gebeurt vanuit de gelederen van de Vooruitstrevende Hervormings Partij maakt het niet sterker, maar pijnlijker. Juist partijen die zeggen hervorming en rechtsstatelijkheid te prediken, zouden terughoudend moeten zijn met het framen van onafhankelijke ambtsdragers. De Nationale Assemblee, De Nationale Assemblee, is geen arena voor verdachtmakingen, maar voor controle op basis van feiten en bevoegdheden.
De conclusie is onontkoombaar. Niet de pg staat hier ter discussie, maar het verantwoordelijkheidsbesef van een parlementariër die haar functie verwart met politieke agitatie.
Wie zonder bewijs de rechterlijke keten politiseert, ondergraaft precies datgene wat zij zegt te willen bewaken. Dat is geen moedige vraagstelling, maar bestuurlijke lichtzinnigheid.
