Constitutioneel schrijven als oplossing voor praktische onmacht

Volgens het initiatiefvoorstel tot wijziging van de Grondwet is het noodzakelijk om expliciet vast te leggen dat de inheemse volkeren worden erkend als oorspronkelijke bewoners en dat hun verbondenheid met het land onderdeel vormt van de nationale identiteit. Deze toevoeging wordt gepresenteerd als een juridische en morele versterking van de rechtspositie, geïnspireerd door internationale verdragen en historische realiteit. 

De kernvraag is echter waarom deze wijziging per se in de Grondwet moet worden opgenomen, terwijl het bestaande constitutionele kader reeds uitgaat van gelijkheid van alle burgers en de ondeelbaarheid van het Surinaamse grondgebied.

De huidige Grondwet kent geen hiërarchie van burgers. Zij stelt dat iedereen gelijk is voor de wet en dat discriminatie verboden is. Tevens is het grondgebied van Suriname één en ondeelbaar. Dat uitgangspunt vormt de basis van staatssoevereiniteit en rechtsorde. Het initiatiefvoorstel erkent dit impliciet, maar handelt alsof deze fundamenten onvoldoende zijn. Dat is opmerkelijk. Wie stelt dat erkenning alleen via een grondwetswijziging kan plaatsvinden, erkent tegelijk dat de bestaande bepalingen in de praktijk niet functioneren. De logische vervolgvraag zou dan moeten zijn waarom die uitvoering faalt, niet waarom de tekst moet worden uitgebreid.

Suriname heeft bovendien reeds internationale verdragen onderschreven die betrekking hebben op non-discriminatie, culturele rechten en bescherming van inheemse bevolkingsgroepen. In het initiatiefvoorstel wordt uitvoerig verwezen naar onder meer het IVUR, het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en de VN-Verklaring inzake de Rechten van Inheemse Volkeren. Deze verdragen zijn geen vrijblijvende intenties, maar bindende of richtinggevende instrumenten die reeds onderdeel zijn van het nationale rechtskader. De conceptwet doet daarmee alsof een constitutionele toevoeging noodzakelijk is om verplichtingen te legitimeren die juridisch al bestaan.

De meerwaarde van de voorgestelde wijziging wordt vooral gezocht in symboliek en richtinggevend karakter voor toekomstig beleid, wetgeving en rechtspraak. Dat klinkt verheven, maar verhult een fundamentele zwakte. Richtinggevend zijn zonder uitvoerbaarheid leidt niet tot rechtszekerheid, maar tot interpretatieve chaos. De preambule wordt geen normatief kompas, maar een verzamelplaats van politieke wensen zonder afdwingbaar karakter. Daarmee verschuift de Grondwet van juridisch fundament naar moreel manifest.

De tekortkomingen van het initiatiefvoorstel worden zichtbaar waar abstracte erkenning botst met concrete consequenties. Er wordt gesproken over landrechten, autonomie, zelfbeschikking en consultatieprocedures, maar zonder duidelijke afbakening binnen het bestaande staatsrechtelijke kader. Hoe verhouden collectieve rechten zich tot individuele gelijkheid. Hoe wordt autonomie vormgegeven zonder afbreuk te doen aan de ondeelbaarheid van het grondgebied. Het voorstel benoemt deze spanningen niet, laat staan dat het ze oplost. Dat is geen detail, maar een structurele tegenstrijdigheid.

Een Grondwetswijziging veronderstelt uitvoerbaarheid. Wanneer bij voorbaat duidelijk is dat de staat niet beschikt over bestuurlijke capaciteit, institutionele helderheid en politieke consensus om deze beginselen consequent toe te passen, dan wordt de wijziging problematisch. Zij creëert verwachtingen die niet kunnen worden waargemaakt. Dat ondermijnt niet alleen het vertrouwen van de betrokken groepen, maar ook het gezag van de Grondwet zelf.

De satire zit in de herhaling. Telkens wanneer uitvoering tekortschiet, grijpt men naar de tekst. Alsof het probleem niet zit in beleid, handhaving en bestuur, maar in formulering. De Grondwet wordt zo een document waarin falen wordt gecamoufleerd door toevoegingen. Wat ontbreekt is niet erkenning op papier, maar consistent staatsoptreden in de praktijk.

De fundamentele tegenstrijdigheid van het initiatiefvoorstel is dat het gelijkheid wil versterken door onderscheid constitutioneel te verankeren, en een ondeelbaar grondgebied wil bevestigen terwijl het juridische ruimte opent voor claims die juist die ondeelbaarheid onder druk zetten. Zolang deze spanningen niet expliciet worden uitgewerkt en opgelost, blijft de voorgestelde wijziging vooral een politiek statement. 

Een Grondwet kan veel dragen, maar geen structurele onmacht verhullen.

error: Kopiëren mag niet!