Afleiding als regeringsbeleid

Wie goed kijkt, ziet geen toeval maar een patroon. Wanneer bestuur faalt, verschijnt afleiding. Terwijl scholen wachten op toiletten die niet doorspoelen, leerkrachten op loon dat meegroeit met de prijzen en gezinnen bij de kassa rekenen of ze rijst of olie laten liggen, schuift de regering Simons een ander onderwerp naar voren. Geen noodzaak, geen haast, maar wel veel lawaai. De discussie over meerdere procureurs-generaal en het sleutelen aan de grondwet werkt als rookgordijn. Het trekt aandacht weg van wat werkelijk pijn doet.

Tegelijkertijd loopt de reisagenda over. Duizenden Amerikaanse dollars verdwijnen in dienstreizen die niets opleveren. Ministers die letterlijk om uitnodigingen vragen, stempels verzamelen in het dienstpaspoort en doen alsof aanwezigheid gelijkstaat aan resultaat. Buitenlandse Zaken reist alsof het een spaarkaart is. 

De vicepresident naar Davos, alsof het land zijn afwezigheid niet merkte. Kleine delegaties, zegt men dan. Alsof klein automatisch goedkoop betekent. De burger krijgt geen rekensom, geen totaalbedrag, geen uitleg in gewone woorden. Alleen het verzoek om begrip.

Diezelfde burger hoort dat hij geduld moet hebben. Dat prijzen nu eenmaal stijgen. Dat hervormingen tijd kosten. Maar tijd is precies wat mensen niet hebben wanneer het geld al vóór het einde van de maand op is. Afleiding werkt hier als beleid. DNA-coalitieleden worden ingezet om het debat te verleggen. Niet naar oplossingen, maar naar procedures. Niet naar brood op tafel, maar naar juridische constructies zonder spoed.

Een analist hoeft hier geen complottheorie voor te bouwen. Het is zichtbaar. Wanneer je praat over iets dat geen haast heeft, hoef je niet te praten over wat brandt. De procureur-generaal-discussie wacht. Het onderwijs niet. De winkelprijzen niet. De leefbaarheid niet.

Wat blijft, is een volk dat moreel, geestelijk en economisch uitgeput raakt. En een regering die vooral één ding consequent aanbiedt: nog meer geduld.

error: Kopiëren mag niet!