Romelu Lukaku spreekt met zichtbaar gevoel over zijn band met zijn moeder en zijn grootvader. Hij beschrijft hoe hij als kind met veel woede speelde, gevoed door omstandigheden die hem dagelijks confronteerden met armoede en uitsluiting. De woede kwam voort uit de ratten die door hun appartement liepen, uit het feit dat hij de Champions League niet kon kijken, en uit de blikken van andere ouders langs de lijn. Voetbal werd een uitlaatklep.
Op twaalfjarige leeftijd scoorde hij 76 doelpunten in 34 wedstrijden. Al die doelpunten maakte hij op schoenen van zijn vader. Zodra hun voeten dezelfde maat hadden, deelden ze hun voetbalschoenen. Het illustreert de eenvoud van zijn jeugd en de nauwe band binnen het gezin.
Op een dag belde hij zijn grootvader, een van de belangrijkste personen in zijn leven en zijn directe verbinding met Congo, het land van herkomst van zijn ouders. Lukaku vertelde trots dat hij het kampioenschap had gewonnen, veel doelpunten had gemaakt en dat grote clubs hem begonnen op te merken. Normaal gesproken luisterde zijn grootvader aandachtig naar zijn voetbalverhalen, maar dit gesprek verliep anders. Zijn grootvader reageerde afstandelijk en vroeg hem uiteindelijk om een gunst.
De vraag was eenvoudig maar zwaar beladen: of Romelu goed voor zijn dochter wilde zorgen. Lukaku antwoordde dat het goed ging met zijn moeder, maar zijn grootvader drong aan en vroeg om een belofte. Uiteindelijk beloofde Lukaku plechtig dat hij voor zijn moeder zou zorgen. Vijf dagen later overleed zijn grootvader. Pas toen begreep hij de werkelijke betekenis van die woorden.
Lukaku geeft aan dat het hem verdrietig maakt dat zijn grootvader niet langer heeft geleefd om hem vier jaar later voor Anderlecht te zien spelen, om te zien dat hij zijn belofte had gehouden en dat alles uiteindelijk goed zou komen. Tegen zijn moeder had hij gezegd dat hij het zou maken wanneer hij zestien was. Hij was slechts elf dagen te laat.
