De verklaring van minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen deze week in De Nationale Assemblee over de situatie bij Zijin/Rosebel Gold Mines leest als een noodbericht dat vijf jaar te laat is verzonden. “Onaanvaardbaar en zeer ernstig” klinkt zwaar, maar het gewicht ontbreekt wanneer dezelfde woorden al jaren passen op exact hetzelfde probleem. De illegaliteit groeide niet plotseling; zij werd gedoogd door afwezigheid van beleid, toezicht en handhaving.
De aangekondigde “clean sweep” functioneert hier als metafoor voor bestuurlijke improvisatie. Wie pas bij een dodelijk incident de bezem zoekt, heeft die nooit in huis gehad. Vijf jaar lang was er geen samenhangend plan van aanpak tegen illegale mijnbouw, geen consistente aanwezigheid van de staat in het gebied en geen meetbare doelstellingen. Dat is geen kwestie van pech of plots geldgebrek, maar van bestuurlijke keuze. Het herhaalde beroep op ontbrekende middelen maskeert het ontbreken van prioriteit.
De schade van de recente vernielingen wordt voorlopig geraamd op US$ 12,5 miljoen. Dat cijfer staat vast. Wat structureel ontbreekt, is een verifieerbare totaalschatting van de illegale diefstal van goud en bijbehorende verliezen aan royalty’s, belastingen en milieuschade over meerdere jaren.
Insufficient data to verify exacte bedragen. Dat gebrek aan data is op zichzelf een bestuurlijke tekortkoming, want zonder metingen geen beleid en zonder beleid geen handhaving.
Het politieke ongemak wordt groter wanneer rekening wordt gehouden met de electorale realiteit. Verwachtingen van harde ingrepen botsen met belangen in en rond de eigen achterban.
Dat verklaart de stilte, niet de verrassing. De ravage is daardoor cumulatief: economische verliezen, veiligheidsrisico’s en aantasting van rechtsstaat en milieu. Een clean sweep zonder voorafgaand plan, capaciteit en politieke wil is geen herstelstrategie, maar een persmoment.
