Parmessar: “College van Procureurs-Generaal geen aantasting onafhankelijk OM, maar versterking”

Het instellen van een College van Procureurs-Generaal is geen aantasting van de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM), maar een versterking daarvan. Zo betoogde NDP-fractieleider Rabin Parmessar donderdag tijdens het debat in het parlement over wetsontwerpen die te maken hebben met de wijziging van het reglement op inrichting en samenstelling van de rechterlijke macht, wijziging van de Wet Rechtspositie van de Rechterlijke Macht en de wijziging van de Grondwet aangaande de instelling van een derde rechtsinstantie (cassatie), de Hoge Raad. 

Over de herstructurering van het Openbaar Ministerie, waarbij de leiding in de toekomst kan komen te berusten bij een College van Procureurs-Generaal voert de NDP-fractieleider aan dat concentratie van vervolgingsmacht bij één persoon structureel kwetsbaar is. In de Surinaamse context zijn de bestuurlijke, politieke en maatschappelijke lijnen kort. 

Bij de invoering van een College van Procureurs-Generaal  zorgt collegiale besluitvorming voor interne tegenspraak, inhoudelijke toetsing en gedeelde verantwoordelijkheid, vooral in politiek beladen zaken, aldus Parmessar.

Kwetsbaar 

Suriname kent een Openbaar Ministerie dat sterk leunt op één procureur-generaal. Dat maakt het systeem kwetsbaar bij functiewisselingen, afhankelijk van individuele stijl en visie, en moeilijk corrigeerbaar bij beleidsfouten. Parmessar benadrukt dat bevolkingsomvang geen rechtsstatelijk criterium is. Suriname telt circa 600.000 inwoners. Het OM suggereert dat deze omvang te klein zou zijn voor een collegiaal vervolgingsorgaan. Internationale praktijk toont volgens hem echter het tegendeel aan.

Een College van Procureurs-Generaal vergroot de legitimiteit van vervolgingsbesluiten en beschermt het O.M tegen vereenzelviging met individuele keuzes of tijdgebonden politieke verhoudingen. Daarbovenop wijst de NDP-fractieleider op de complexiteit en de aard van criminaliteit heden ten dage. De daarmee verbonden eisen aan opsporing en vervolging vragen op een andere besluitvormingsstructuur aan de top van het vevolgingsapparaat.

Randvoorwaarden

De instelling van een College van Procureurs-Generaal vereist wel duidelijke randvoorwaarden. Er moet worden gewaakt voor bureaucratische verlamming, onduidelijke bevoegdheidsverdeling en informele politieke benoemingen. Transparante benoemingscriteria, vastgelegde besluitvormingsprocedures en een heldere afbakening van verantwoordelijkheden zijn essentieel.

Het College mag geen verlengstuk worden van de uitvoerende macht, noch een intern politiek compromisorgaan, aldus Parmessar.

error: Kopiëren mag niet!