De Cubaanse president Miguel DĂaz-Canel heeft scherpe kritiek geuit op de Verenigde Staten nadat president Donald Trump een uitvoerend decreet ondertekende waarmee de VS een systeem van tarieven wil invoeren tegen landen die olie leveren aan Cuba.
Havana bestempelt de maatregel als een aanval en een poging tot economische verstikking van het eiland. De regering noemt de dreiging “agressief” en spreekt van zwartmail en schendingen van soevereiniteit en internationaal recht.
Volgens het Witte Huis vormt Cuba een “ongewone en buitengewone bedreiging” voor de nationale veiligheid en buitenlandse beleidsdoelen van de Verenigde Staten. Naar verluidt willen Amerikaanse beleidsmakers hiermee voorkomen dat Cuba steun krijgt van landen die worden beschouwd als tegenstanders van Washington, waaronder Rusland en Iran, en om het communistisch regime economisch te isoleren.
Cuba heeft een langdurige energieafhankelijkheid van buitenlandse olie. De totale behoefte bedraagt ongeveer 110 000 vaten per dag, waarvan circa 40 000 uit eigen productie komt. Historisch was Venezuela de belangrijkste leverancier, maar deze stroom viel weg na de arrestatie van president Nicolás Maduro door Amerikaanse troepen. Mexico en Rusland hebben beperkte volumes geleverd, maar druk uit Washington heeft die stromen onder druk gezet.
De spanningen maken deel uit van een decennialang conflict tussen de VS en Cuba dat teruggaat tot de Cubaanse Revolutie in 1959. De Verenigde Staten legden al in de jaren zestig een omvattend economisch en financieel embargo op tegen het eiland, gericht op handelsbeperkingen en het isoleren van de communistische regering. Het embargo is sindsdien juridisch verankerd en uitgebreid, onder meer via de Helms-Burtonwet, die ook betrekking heeft op buitenlandse bedrijven die met Cuba handelen. Dit beleid weerspiegelt diepgaande ideologische verschillen en Amerikaanse doelstellingen om democrativering en mensenrechten op het eiland af te dwingen, maar het heeft ook brede kritiek gekregen vanwege de humanitaire impact op de Cubaanse bevolking.
Suriname onderhoudt goede betrekkingen met Cuba. Het Caribische land heeft Surinaamse burgers studiebeurzen geboden en steun verleend in de medische sector. Surinaamse diplomatieke verklaringen hebben herhaaldelijk opgeroepen tot opheffing van sancties tegen Cuba in de Verenigde Naties.Â
Tot nu toe heeft de Surinaamse regering nog geen officiële reactie gegeven op de nieuwe Amerikaanse sancties. De VS heeft echter druk uitgeoefend op landen die gebruikmaken van Cubaanse medische steun en andere samenwerkingsprogramma’s.
