Vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging voor Danielle Veira (55) 

Danielle Veira, luitenant-kolonel bij het Nationaal Leger, is vrijdag bij de Krijgsraad vrijgesproken van drie tenlastegelegde feiten en voor een vierde feit ontslagen van rechtsvervolging. De feiten hadden betrekking op een geruchtmakend incident op 16 april 2020.

Veira werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling, diefstal, medeplegen van huisvredebreuk en het zich als beroep of gewoonte bezighouden met het afleveren van vuurwapens. Het Openbaar Ministerie vorderde een gevangenisstraf van negen jaar met bevel tot onmiddellijke gevangenneming.

De zaak draaide om de gewelddadige overval en vermeende gijzeling van Rodney Cairo in zijn woning aan de Zirkoonstraat. Volgens zijn verklaring werd hij door zes gemaskerde en gewapende mannen overmeesterd, gekneveld en afgevoerd, terwijl zijn woning werd doorzocht. De politie werd gealarmeerd en vroeg assistentie. Verdachte Midima verklaarde daarbij dat hij handelde in opdracht van Veira en dat zij telefonisch bereikbaar was.

De toenmalige korpschef Roberto Prade werd geïnformeerd over de aanwezigheid van zwaarbewapende mannen en schakelde het RBT (Regio Bijstand Team) in. Kort daarop werd hij gebeld door Veira, die stelde dat het Directoraat Nationale Veiligheid bezig was met een operatie en dat de politie zich diende terug te trekken. Veira erkende dit telefoongesprek, maar ontkende dat zij opdracht had gegeven tot het binnentreden van de woning of tot enige vorm van vrijheidsberoving.

Uit de bewijsmiddelen en beschikbare camerabeelden bleek dat het onderzoek pas na verloop van tijd op gang kwam en dat een volledig en diepgaand politieonderzoek daardoor niet mogelijk was. Wel werd vastgesteld dat meerdere personen de woning hadden verlaten en dat Cairo zich op dat moment met drie vrouwen in de woning bevond, maar de herkomst en relevantie van deze informatie konden niet worden vastgesteld en werden niet als bewijs meegenomen.

De kernvraag voor de Krijgsraad was of sprake was van een rechtmatige DNV-operatie en of Veira als medepleger kon worden aangemerkt. Imro Miedema – betrokken bij de actie tegen Cairo en op 30 juni vorig jaar tot 4 jaar cel veroordeeld – beschikte over een dispensatiebrief en gaf aan in opdracht te handelen, maar buiten zijn verklaring was er geen steunbewijs dat Veira rechtstreeks betrokken was bij de feiten van vrijheidsberoving, diefstal en huisvredebreuk. De Krijgsraad achtte aannemelijk dat Veira mogelijk een faciliterende rol had gehad, maar oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om medeplegen wettig en overtuigend vast te stellen. Zij werd daarom van de eerste drie feiten vrijgesproken.

Ten aanzien van het vierde feit achtte de Krijgsraad wel bewezen dat Veira als militair vuurwapens had laten afleveren zonder schriftelijke machtiging. Tegelijkertijd stelde het college vast dat zij hiermee een bestaand gedoogbeleid van haar voorgangers had voortgezet en dat zij hiervoor rechtstreeks instructies had ontvangen van de president. Gelet op deze context achtte de Krijgsraad het onredelijk om uitsluitend Veira strafrechtelijk verantwoordelijk te houden voor dit beleid. Om die reden werd zij voor dit feit ontslagen van alle rechtsvervolging.

De auditeur-militair heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak.

error: Kopiëren mag niet!