De ontkenning van een interne machtsstrijd door VHP voorzitter Chan Santokhi berust minder op feiten dan op een bestuursopvatting die hij sinds zijn presidentschap hanteert en niet heeft verlaten. Macht wordt vanuit de top gedefinieerd, tegenspraak wordt herleid tot ruis, en interne dynamiek wordt semantisch herverpakt als stabiliteit. Die framing is analytisch onhoudbaar wanneer concrete handelingen het tegendeel laten zien.
Een lijst met vermeende nieuwe kandidaten voor het VHP bestuur circuleerde publiekelijk. In een partij zonder turbulentie zou de voorzitter de expliciet genoemde personen direct hebben gevraagd de vermelding te weerspreken. Dat is niet gebeurd. De afwezigheid van correctie functioneert hier als impliciete bevestiging van strijd, niet als ontkenning ervan.
Het alternatieve vermoeden dat de lijst is geconstrueerd door actoren in en rond Santokhi om reputatieschade toe te brengen aan potentiële rivalen is rationeel plausibel binnen partijen waar informele macht belangrijker is dan formele procedures.
Politieke onvrede manifesteert zich bovendien niet alleen intern. Publieke uitspraken van partijleden die Santokhi begrenzen in wat hij kan en mag, wijzen op normverschuiving. De fase waarin loyaliteit als vanzelfsprekend gold, is voorbij. De open beschikbaarheidsverklaring van Krishnakoemarie Mathoera voor het voorzitterschap is in dat kader geen incident maar een signaal. Kandidatuurverklaringen ontstaan niet in vacuüm; zij volgen op waargenomen machtsvacuüms en legitimiteitsverlies.
Een politiek analist zou hier concluderen dat Santokhi in een zelfreferentiële werkelijkheid opereert. Ontkenning vervangt analyse, autoriteit vervangt organisatie, symboliek vervangt draagvlak.
De publieke afstand van voormalige bondgenoten en de herinnering aan zichtbaar hoogmoedige momenten in het presidentieel paleis versterken de perceptie van vervreemding. In partijpolitieke termen is dit geen geruchtencirkel maar een cumulatief patroon. Wie dit als “normale dynamiek” bestempelt zonder toetsbare tegenargumenten, bevestigt juist de kern van de kritiek.
