Het openbaar onderwijs in Suriname bevindt zich anno 2026 in een staat van structureel verval. Dit geld voor alle niveaus op zowel het Basis onderwijs, VOJ, VOS en het beroepsgericht onderwijs.
Suriname gold ooit als een regionale voorloper van onderwijs in het Caribisch gebied. Nu laten cijfers al geruime tijd een zorgwekkende neerwaartse trend zien. Die achteruitgang is niet het gevolg van één crisis, maar van jarenlang falend beleid, politieke keuzes en het uitblijven van structurele hervormingen.
Al aan het begin van elk schooljaar, rond 1 oktober, wordt duidelijk dat het systeem zijn eigen vraag niet aankan. Plaatsgebrek zorgt ervoor dat leerlingen niet tijdig kunnen worden ingeschreven. Tegelijkertijd kampen scholen met gebrekkige infrastructuur, onvoldoende leerkrachten en onvoldoende leermiddelen.
Zorgwekkend is het feit dat uit recente cijfers blijkt dat het percentage kinderen van 6 tot 11 jaar die de school niet bezoeken is toegenomen. Bij jongeren tussen 12 en 15 jaar was zelfs bijna de helft niet ingeschreven. Slechts ongeveer zeventig procent van de leerlingen die aan de basisschool begint, bereikt daadwerkelijk de eindklas. De leerachterstanden zijn groot. Minder dan de helft van de schoolgaande kinderen tussen 7 en 14 jaar beschikt over voldoende leesvaardigheid, terwijl dat percentage in het binnenland terugvalt tot onder de dertig procent.
Het lerarentekort vormt een tweede structurele pijler van het falen. Tussen 2020 en 2025 nam het aantal leerkrachten in het voortgezet onderwijs af, terwijl de werkdruk toenam. Ontevredenheid over een scheefgetrokken beloningsstructuur en slechte arbeidsomstandigheden leidde tot uitstroom. Scholen in het binnenland blijven regelmatig gesloten of starten maanden te laat.
Robert Peneux luidt de noodklok over het onderwijs
Onderwijskundige en voormalig minister van Onderwijs Robert Peneux luidt de noodklok en spreekt van “totaal herstellen van de onderwijssysteem en aanpassing van de onderwijsbegroting om het tij te keren.
Hij constateert voorts ernstige degeneratie binnen het onderwijs, een falende structuur en een groeiend aantal onbevoegde docenten, vanwege het feit de interesse in het beroep van leerkracht sterkt afneemt.
Volgens hem zijn er 3 cruciale aspecten voor het onderwijs; namelijk een betere beloning, goede huisvesting en veiligheid, vooral in het binnenland. Peneux pleit voor een daadgerichte aanpak middels innovatie en professionalisering van het onderwijs en het invoeren een loonreeks dat het beroep waardig is.
Politieke keuzes en voortdurend falen van het beleid
Critici beschouwen de rol van de politiek als een belangrijke factor in de achteruitgang. Ondanks herhaalde onderwijscongressen en beleidsbeloften, blijkt er weinig concrete implementatie van de uitkomsten.
De samenleving ervaart intussen dat politieke belangen zwaarder wegen dan deskundigheid. Presidenten grijpen niet in en kijken, uit angst voor coalitiebreuken stoïcijns toe wanneer blijkt dat verkeerde benoemingen op cruciale posten gedoemd zijn te mislukken, zoals nu het geval blijkt te zijn in het onderwijs.
Terwijl opnieuw een onderwijscongres wordt aangekondigd, groeit het besef dat niet overleg, maar uitvoering ontbreekt. Elk land drijft op goed onderwijs, maar hier dringt die realiteit nog altijd onvoldoende door tot de beleidsmakers.
