Georganiseerde misdaad, miljoenen schade en de vraag naar straf en herstel

De uitsprakern in de bankfraudezaak rond de Centrale Bank van Suriname laten een klassiek spanningsveld zien tussen bewezen handelingen, opgelegde straffen en het terughalen van geld. Stap voor stap wordt zichtbaar hoe de schade in miljoenen kan oplopen, terwijl de individuele strafmaten en terugbetalingsplichten relatief beperkt en gefragmenteerd blijven.

Eerst is er de kern van de misdaad: publieke functionarissen en betrokkenen verrichten verboden handelingen die volgens artikel 13 van de Anti-Corruptiewet strafbaar zijn wanneer zij, in strijd met regelgeving, nadeel veroorzaken voor de staat of het instituut. In deze zaak wordt dat nadeel gekoppeld aan overtredingen van de Bankwet, waaronder het inzetten van middelen voor quasi fiscale activiteiten, het verstrekken van blanco kredieten en het aangaan van overeenkomsten die de Centrale Bank financieel benadelen. 

In het dossier worden bedragen genoemd zoals voorschotten van 1.746.000 euro, een schadepost rond 105 miljoen euro bij onroerendgoedtransacties en ontvangsten van 2.216.729.120 SRD die ten nadele van de Centrale Bank zouden zijn verkregen. 

Volledige verificatie van het totale “gestolen” bedrag is op basis van deze gegevens niet mogelijk; een deel kan juridisch als nadeel, onrechtmatige aanwending of verduistering worden gekwalificeerd zonder dat elk bedrag als persoonlijk wederrechtelijk voordeel bij één persoon eindigt.

Daarna komt het probleem van verhaal. De rechter kan geldboetes opleggen, verbeurdverklaring uitspreken en betalingsverplichtingen aan de staat vaststellen. Hier zien we concreet een hoofdelijk terug te betalen bedrag van 625.000 euro door twee veroordeelden, waarbij betaling door één de ander bevrijdt. 

Tegelijk blijkt dat beslag en verbeurdverklaring niet automatisch slagen: een pand aan de Brokopondolaan moet worden teruggegeven, omdat het al vóór de strafbare periode in bezit was van de rechtspersoon, die overigens geen verdachte was in deze zaak. Een Range Rover waarop vanaf het begin van de strafzaak justitieel beslag is gelegd werd niet verbeurdverklaard. Dit illustreert dat vermogensbestanddelen alleen kunnen worden ontnomen als het juridische verband met het delict houdbaar is.

Vervolgens rijst de vraag of strafmaten proportioneel zijn. Gevangenisstraffen van twee tot zes jaar staan tegenover een schadebeeld dat in de miljoenen loopt en uiteindelijk 600.000 inwoners raakt, omdat de staat hen vertegenwoordigt en de schade via inflatie, begrotingsdruk en gemiste publieke diensten terugkomt bij burgers. Vervroegde invrijheidstelling schuurt dan met het signaal dat georganiseerde financiële misdaad “beheersbaar risico” is.

Een criminoloog zou dit type daderschap duiden als netwerk criminaliteit: niet één spectaculaire diefstal, maar een keten van besluiten, documenten, bevoegdheden en transacties die legale vormen gebruiken om illegale doelen te bereiken.

Geld verdwijnt zelden als cash in één zak; het verschuift via contracten, voorschotten, intermediairs, voertuigen en vastgoed, soms op naam van derden. Juist daarom is herstel zonder agressieve financiële opsporing, snelle conservatoire maatregelen en stevige ontneming vaak structureel onvoldoende, zelfs na veroordelingen.

error: Kopiëren mag niet!