Volgens de kleine lettertjes zijn scholen van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur uitstekend bewaakt. Tenminste op papier. In de praktijk blijkt dat bewakingsbedrijven vooral verantwoordelijk zijn voor hun uniformen, hun logboeken en het tijdig zetten van een paraaf. Zodra een inbraak plaatsvindt, verdwijnt de verantwoordelijkheid geruisloos door een juridische achterdeur. De school is leeggeroofd, maar de bewaker heeft “correct gehandeld volgens procedure”.
Een veiligheidsdeskundige zou hier droogjes opmerken dat bewaking zonder verantwoordelijkheid vooral observatie is. Het kijken naar een misdrijf is geen beveiliging, maar theater.
Effectieve schoolbeveiliging vereist meer dan een nachtwaker met een stoel en een zaklamp. Het begint bij duidelijke aansprakelijkheidsclausules waarin prestaties meetbaar zijn en falen consequenties heeft. Zonder dat blijft bewaking een symbolische dienst, betaald met publiek geld, maar zonder publiek resultaat.
Daarnaast is kwaliteit essentieel. Bewakers horen aantoonbaar getraind te zijn in risico-inschatting, preventief optreden, communicatie met politie en snelle respons. Continue aanwezigheid, functionerende camerabewaking, heldere rapportages en toezicht op naleving zijn minimale eisen. Ook moet MinOWC periodiek evalueren of contracten daadwerkelijk bijdragen aan veiligheid, in plaats van alleen aan administratieve rust.
De satire is dat iedereen tevreden lijkt zolang het contract loopt. De schooldirecteur krijgt een rapport, het bedrijf stuurt een factuur en het ministerie kan zeggen dat er bewaking is. Alleen de dief hoeft niets te ondertekenen. Die neemt simpelweg mee wat niet vastgeschroefd is en laat de bewaker achter met zijn belangrijkste taak: verklaren dat het niet zijn verantwoordelijkheid was
