Taalbarrières in het Surinaams onderwijs vragen om structurele oplossingen

Het straatbeeld in Suriname is de afgelopen jaren zichtbaar veranderd door de toestroom van Spaanssprekende personen uit onder meer Venezuela en Cuba. Deze ontwikkeling heeft niet alleen sociale gevolgen, maar betreft ook het onderwijs. Op scholen doen zich steeds vaker leer- en integratieproblemen voor, vooral omdat het onderwijs in Suriname volledig Nederlandstalig is. 

Leerkrachten geven aan dat Spaanssprekende leerlingen moeite hebben om de lesstof te volgen, terwijl ook docenten zelf voor grote uitdagingen staan bij het uitvoeren van het curriculum.

Hoewel leerkrachten hun best doen om creatief om te gaan met taalverschillen, blijken geïmproviseerde oplossingen zoals vertaalapps op mobiele telefoons onvoldoende. Leerlingen begrijpen de uitleg vaak niet goed, raken minder betrokken bij de lessen en blijven tijdens pauzes vooral binnen hun eigen taalgroep. Dit belemmert niet alleen hun leerproces, maar ook hun sociale integratie op school.

Het recht op onderwijs is vastgelegd in internationale verdragen zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het VN-Kinderrechtenverdrag. Dit recht geldt voor elk kind, ongeacht afkomst of taal. Tegelijkertijd ligt er een verantwoordelijkheid bij zowel ouders als de overheid om dit recht in de praktijk waar te maken.

Een structurele aanpak is daarom noodzakelijk. Schakelklassen met intensieve Nederlandse taallessen kunnen anderstalige leerlingen voorbereiden op het reguliere onderwijs. Daarnaast kan het ministerie van Onderwijs een speciaal leertraject ontwikkelen voor anderstaligen en leerkrachten ondersteunen met didactische hulpmiddelen. 

Ook ouders kunnen bijdragen door hun kinderen extra Nederlandse lessen te laten volgen. Zo wordt gewerkt aan gelijke onderwijskansen en betere integratie voor alle kinderen in Suriname

error: Kopiëren mag niet!