Er was ooit een dossier dat alles kon veranderen. Getuigenverklaringen, bankafschriften, telefoongegevens — een mozaïek van corruptie dat tot aan de top reikte. Het lag op een bureau in het gerechtsgebouw, klaar voor vervolging. Tot het plots verdween.
De officier die het dossier leidde, kreeg een “tijdelijke overplaatsing.” De secretaresse die de kopieën maakte, werd “onverwacht ontslagen.” En de journalist die de zaak volgde, ontving midden in de nacht een telefoontje: “Laat het rusten, voor je eigen veiligheid.”
Een week later verklaarde het ministerie dat er “geen bewijs” meer was. De harde schijf waarop alles stond, bleek “onherstelbaar beschadigd.”
Toevallig, net na een stroomstoring.
Binnen Justitie fluistert men over een “doofpotcommissie” — een kleine eenheid die dossiers herstructureert, herwaardeert, en uiteindelijk laat verdwijnen in een zee van bureaucratie.
De wet wordt dan niet geschonden, maar uitgerekt — tot hij breekt zonder geluid te maken.
Een insider vat het samen:
“In dit land hoef je geen misdaad te verbergen. Je hoeft haar alleen te archiveren.”
En zo werd recht geen instrument van waarheid, maar van stilte.
Want waar de macht bang is voor gerechtigheid, wordt de wet een wapen tegen herinnering.
Disclaimer: Dit is een fictieve politieke thriller; alle personages en gebeurtenissen zijn verzonnen.
