Dienstauto’s op wereldreis

In Suriname is niets zo duurzaam als stilstand, behalve misschien onderhoud dat nooit begint. Terwijl de president zichtbaar afwezig is, de vicepresident op reis ging zonder dat iemand het merkte, en ministers de wereld rondtrekken alsof Paramaribo een tussenstop is, zou er zogenaamd gewerkt worden aan “duurzaam gebruik van het overheidswagenpark” bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat alleen al kwalificeert als breaking news, niet omdat het gebeurt, maar omdat het theoretisch denkbaar is.

Dienstvoertuigen vormen hier geen logistiek middel, maar een sociaal statussymbool. Ze rijden wanneer het uitkomt, staan stil wanneer ze moeten werken, en verdwijnen in garages zonder administratie zodra onderhoud nodig is.

Duurzaamheid wordt herleid tot het zo lang mogelijk negeren van slijtage, totdat vervanging onvermijdelijk en vooral duur is. Preventief onderhoud is in dit systeem een abstract begrip, vergelijkbaar met beleidscoördinatie.

Het ironische is dat niemand aanwezig hoeft te zijn om dit beleid voort te zetten. Afwezig leiderschap blijkt uiterst consistent. Terwijl brandstof, banden en onderdelen verdampen in een mist van onduidelijke procedures, reist het begrip verantwoordelijkheid probleemloos mee naar het buitenland. 

Mocht er ooit daadwerkelijk onderhoud plaatsvinden, dan zal dat niet worden aangekondigd als beleid, maar als toeval. Dat zou pas echt duurzaam bestuur zijn.

error: Kopiëren mag niet!