Onlangs werd Suriname opnieuw opgeschrikt door een zwaar verkeersongeval met vijf doden en 21 zwaargewonden. Het zoveelste drama. En toch doen we alsof het ons overkomt, alsof het noodlot is, alsof niemand het had kunnen zien aankomen. Dat is een leugen die we onszelf al te lang vertellen.
Het verkeer in Suriname is niet gevaarlijk geworden.
Het is gevaarlijk gemaakt.
Al jaren waarschuw ik hiervoor. Elk jaar komen er duizenden voertuigen bij, terwijl onze infrastructuur daar totaal niet op is voorbereid. Dagelijkse files richting Paramaribo zijn inmiddels normaal geworden. De stad zit structureel op slot. Toch hoor je nauwelijks iets over visie, planning of preventie. Alsof beleidsmakers verrast zijn dat mensen zich moeten verplaatsen.
En nu komt daar ook nog de opkomende olie-industrie bij. Duizenden extra werknemers, extra voertuigen, extra druk op een verkeerssysteem dat nu al kraakt aan alle kanten. De vraag is allang niet meer óf het misgaat, maar hoeveel doden het nog gaat kosten.
Er is geen samenhangend verkeersbeleid in Suriname. Wat we hebben, is paniekbeleid. Steeds hetzelfde patroon: eerst een dodelijk ongeval, daarna worden er haastig drempels aangelegd. Alsof een stuk beton het falen van jaren beleid kan maskeren. Alsof drempels levens redden zonder gevolgen.
Sterker nog: deze drempels kosten levens.
Hulpdiensten zoals de brandweer, ambulances en politie worden structureel gehinderd. Drempels vertragen, versmalde wegen blokkeren, hoge randen en diepe goten maken uitwijken onmogelijk. En toch wordt dit beleid klakkeloos voortgezet, zonder evaluatie, zonder cijfers, zonder verantwoording. Voor zover bekend is er nooit serieus onderzocht hoeveel schade dit zogenaamde “veiligheidsbeleid” heeft aangericht.
Vorig jaar sprak ik in mijn radioprogramma met de woordvoerder van de brandweer. Ik vroeg hem wat de impact is van al die drempels. Zijn antwoord was ronduit schokkend: “Een huis kan binnen zeven tot tien minuten volledig afbranden.”
Hij noemde de Coesewijnestraat als concreet voorbeeld. Door versmalling van de weg deed de brandweer er tijdens een test zestien minuten over om door de file te komen. Niet omdat automobilisten niet wilden meewerken, maar omdat het simpelweg fysiek onmogelijk was. De weg is te smal. De randen te hoog. De ruimte ontbreekt.
Zijn conclusie was vernietigend: de brandweer wordt niet betrokken bij het ontwerp of de aanpassing van wegen.
Laat dat even inzinken.
Wegen worden aangelegd en aangepast zonder overleg met de mensen die letterlijk levens moeten redden. Dat is geen onkunde meer. Dat is bestuurlijke nalatigheid.
Ik stel daarom een vraag die ongemakkelijk is, maar onvermijdelijk:
Hoeveel mensen zijn de afgelopen jaren overleden omdat hulp te laat kwam door slecht beleid, slecht ontwerp en slecht onderhoud van onze wegen?
En dan nog een vraag, nog ongemakkelijker:
Wanneer wordt de overheid hiervoor juridisch aansprakelijk gesteld?
Burgers zijn verplicht hun voertuig jaarlijks te keuren en te verzekeren. Wie dat niet doet, wordt beboet en kan zijn voertuig kwijtraken. Maar wanneer de overheid haar eigen plichten verzaakt — het onderhouden van veilige, toegankelijke en functionele wegen — blijft dat zonder gevolgen. Dat is meten met twee maten.
Suriname heeft het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een beperking geratificeerd. Dat verdrag verplicht de staat om infrastructuur en vervoer veilig en toegankelijk te maken. Toch worden wegen aangelegd waar twee voertuigen elkaar nauwelijks kunnen passeren. Elektriciteitspalen staan pal langs de rijbaan. Goten liggen open naast het asfalt. Voor mensen met een beperking, ouderen en zieken betekent elke minuut vertraging van een ambulance het verschil tussen leven en dood.
Dit is geen incidentenpolitiek meer.
Dit is structureel falen.
Dit is een overheid die haar zorgplicht niet nakomt.
Elke nieuwe dode in het verkeer is niet alleen een tragedie voor een familie, maar ook een stille aanklacht tegen een systeem dat weigert te leren, te plannen en verantwoordelijkheid te nemen.
De vraag is niet meer wat er misgaat.
De vraag is: wie durft eindelijk verantwoordelijkheid te dragen — vóórdat de volgende slachtoffers vallen?
Preani Koendjbiharie
