Suriname werd woensdag 21 januari internationaal herinnerd aan een ongemakkelijke waarheid: een luchthaven kan niet functioneren op goede bedoelingen alleen. De SLM-vlucht uit Belém moest uitwijken, omdat er simpelweg niemand in de verkeerstoren zat. Geen technisch mankement, geen extreem weer, maar een lege stoel.
De reactie van het ministerie van TCT was voorspelbaar: bezorgdheid uitspreken en wijzen naar procedures. Volgens een transportexpert is dat precies het probleem.
Het tekort aan luchtverkeersleiders is geen nieuw fenomeen. Het is jarenlang bekend, besproken, geagendeerd en vervolgens netjes opgeborgen. De satire zit niet in het incident zelf, maar in de verbazing erover. Alsof men pas bij een uitwijkende vlucht ontdekt dat structurele personeelsproblemen ook structurele gevolgen hebben.
De oproep om eerst contact te zoeken met het ministerie klinkt rationeel, maar roept één vraag op: contact over wat, als het probleem al jaren bekend is?
Een ministerie dat zegt verrast te zijn door de uitkomst van zijn eigen nalatigheid, bedrijft geen crisismanagement maar toneelspel.
De echte analyse begint niet bij wie gebeld had moeten worden, maar bij wat er concreet is gedaan om dit scenario te voorkomen. Tot die vraag serieus wordt beantwoord, blijft elke verklaring uit de verkeerstoren van beleid even leeg als die op Zanderij.
