Suriname rijdt door en laat mensen met een beperking sterven

Een paar dagen geleden las ik het bericht over een persoon met een beperking die werd aangereden. De bestuurder reed door. Liet het slachtoffer hulpeloos achter. Een dag later overleed deze persoon aan zijn verwondingen.

De verontwaardiging was groot. Terecht.

Maar laten we ophouden te doen alsof dit een incident is.

Want die bestuurder staat symbool voor iets groters.

Voor een overheid. Voor beleid. Voor een samenleving die al decennialang doorrijdt.

Ik heb dit onderwerp talloze keren aangekaart in interviews: ons verkeer is levensgevaarlijk. Niet alleen voor mensen met een beperking, maar zelfs voor mensen die goed kunnen zien, horen en lopen. Zij worden aangereden, raken zwaar gewond of komen om het leven.

Maar als dát al de realiteit is voor mensen zonder beperking, wat zegt dat dan over de veiligheid van mensen mét een beperking?

Vrijwel niets in onze infrastructuur is op hen ingericht.

Voetpaden ontbreken, zijn kapot, te smal of worden schaamteloos geblokkeerd door auto’s, marktkramen en afval. Oversteken is een gok met je leven. Bewegwijzering ontbreekt. Verkeersdiscipline is ver te zoeken.

Dit is geen ongeluk.

Dit is structurele nalatigheid.

Het gevolg is dat mensen met een beperking letterlijk thuis opgesloten raken. Niet omdat zij dat willen, maar omdat naar buiten gaan een levensgevaarlijke onderneming is. Wie toch de straat op moet, is aangewezen op vervoer.

En daar faalt het systeem opnieuw.

Het openbaar vervoer is chaotisch, onveilig en totaal ontoegankelijk. Zorgvervoer is schaars en onbetaalbaar. Het resultaat? Mensen raken geïsoleerd, afhankelijk en sociaal uitgesloten.

Dit is geen individueel probleem.

Dit is institutioneel geweld.

Ik hoor vaak: “Maar niet iedereen kan werken.” Dat is een gemakzuchtige leugen. Er zijn talloze mensen met een beperking die wíllen en kúnnen werken. Technologie maakt vandaag veel mogelijk. Wat gisteren een beperking was, hoeft dat vandaag niet meer te zijn. Mits de omgeving meewerkt.

Maar in Suriname werkt de omgeving tegen. Wie zich niet veilig kan verplaatsen, kan niet werken. Wie niet kan werken, wordt arm. Wie arm is, wordt afhankelijk gemaakt van een karige uitkering.

Zo creëert beleid armoede. Zo organiseert de staat afhankelijkheid. En dan komen we bij een pijnlijk maar onvermijdelijk punt.

Suriname heeft in 2017 het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Beperking geratificeerd. Dat is geen symbolisch document. Dat is een juridische en morele verplichting.

Artikel 9 van dat verdrag verplicht de staat tot toegankelijkheid:

toegankelijke wegen, vervoer, gebouwen en openbare ruimtes.

Artikel 20 verplicht de staat om persoonlijke mobiliteit te waarborgen, op een veilige en betaalbare manier.

De vraag is dus niet óf Suriname weet wat er moet gebeuren. De vraag is: waarom is er niets gebeurd?

Ratificatie zonder uitvoering is geen vooruitgang. Het is misleiding. Het is toneelpolitiek. We horen jaarlijks cijfers over verkeersdoden en gewonden.

Wat we nooit horen, is dit: Dat het verkeers- en infrastructuurbeleid van de afgelopen vijftig jaar duizenden mensen figuurlijk heeft gedood.

Want wie zich niet kan verplaatsen, niet kan werken, niet naar school kan, niet kan deelnemen aan het sociale leven, die leeft misschien biologisch, maar is maatschappelijk uitgeschakeld. Dat is de erfenis van zogenaamd “beleid”.

En ja, ook dat moet gezegd worden, hoe ongemakkelijk ook:

de doelgroep zelf draagt óók verantwoordelijkheid. Niet als schuld, maar als realiteit. Door steeds opnieuw te stemmen op dezelfde politici, dezelfde beloften te geloven en dezelfde teleurstellingen te accepteren.

Dat benoemen is geen aanval. Het is een oproep tot bewustwording. Het huidige beleid schaadt niet alleen mensen met een beperking. Het schaadt gezinnen. Het schaadt de economie. Het schaadt het bedrijfsleven dat arbeidskrachten en klanten verliest.

Maar bovenal schaadt het onze menselijkheid.

Dit is geen verkeersprobleem.

Dit is geen technisch probleem. Dit is een bestuurlijk en moreel falen.

En zolang Suriname blijft doorrijden, blijven mensen met een beperking de rekening betalen — soms met hun leven.

Aniel Koendjbiharie

Voorzitter Stichting Wan Okasi

error: Kopiëren mag niet!