Wanneer daggeld belangrijker wordt dan beleid

De stelling dat dienstreizen voor topambtenaren niet beperkt kunnen worden vanwege de bijbehorende financiële voordelen legt een structureel probleem in het openbaar bestuur bloot.

Volgens een ervaren politicus vormen buitenlandse dienstreizen een impliciete inkomensaanvulling. Naast salaris ontvangen ambtenaren daggelden en vergoedingen voor verblijf. Door zuinig om te gaan met deze faciliteiten resteert een privévoordeel in vreemde valuta. Dit mechanisme fungeert feitelijk als parallel beloningssysteem.

Vanuit bestuurskundig perspectief is dit geen onschuldige praktijk maar een symptoom van falend beloningsbeleid. Wanneer reguliere salarissen als “pover” worden ervaren en niet concurrerend zijn, ontstaat compensatie via informele of semiformele kanalen. Dienstreizen
worden dan niet primair beoordeeld op beleidsmatige noodzaak, maar op persoonlijke opbrengst.

Dit verstoort rationele besluitvorming en ondermijnt de doelmatigheid van overheidsuitgaven.
De impliciete dreiging dat het wegvallen van deze faciliteiten de top van het ambtenarenapparaat onaantrekkelijk zou maken, bevestigt de afhankelijkheid van het systeem. Bestuurskundig is dit problematisch: aantrekkelijkheid van publieke functies zou moeten berusten op transparante salarissen, professionele status en maatschappelijke betekenis, niet op verborgen prikkels.

Een organisatie die haar kernpersoneel bindt via sluipende voordelen institutionaliseert perverse prikkels.

Daarnaast ontstaat een legitimiteitsprobleem. Burgers zien dienstreizen vaak als luxe of verspilling, zeker in landen met beperkte publieke middelen. Wanneer blijkt dat deze reizen tevens privé-inkomsten genereren, wordt het vertrouwen in de overheid verder uitgehold. De
kloof tussen formeel beleid en feitelijke praktijk wordt zichtbaar.

Een structurele oplossing vereist herijking van het beloningsstelsel. Dat betekent hogere, transparante salarissen gekoppeld aan prestatie en verantwoordelijkheid, gecombineerd met strikte, controleerbare regels voor dienstreizen.

Daggelden moeten kostendekkend zijn, niet winstgevend. Zolang extra faciliteiten de facto looncomponenten blijven, zullen pogingen tot
kostenbeheersing of reisbeperking stranden.

Het debat over dienstreizen is daarmee geen logistieke kwestie, maar een fundamentele keuze over integriteit, transparantie en professioneel bestuur.

error: Kopiëren mag niet!