Rosette Wirokarso van Varsseveld is recent benoemd tot waarnemend directeur van het Ministerie van Defensie. Volgens minister Ramsaran is dat gebeurd op basis ervaring en bestuurlijke capaciteit, ondanks het feit dat alle voordrachten kwamen vanuit de politieke partij Pertjajah Luhur (PL).
Onder Defensie personeel leeft al geruime tijd een gevoel van onvrede en vermoeidheid. Niet zozeer vanwege het werk zelf want dienstbaarheid en discipline horen bij het vak, maar vanwege wat zij ervaren als gebrek aan structurele aandacht. Klachten over voorzieningen, toelages, voeding tijdens lange diensten en achterstallig onderhoud aan materieel keren tijdens elke regering terug. Wanneer dezelfde problemen jaar na jaar terugkomen, is dat geen incident meer
Wat daarbij vooral steekt, is het gevoel dat beslissingen ver weg worden genomen door mensen die de organisatie niet van binnen kennen. Voor veel militairen staat de directeur van Defensie symbool voor die afstand; iemand op het ministerie die administratieve processen beheert, maar te weinig zicht heeft op de realiteit op de werkvloer. Het gaat bij ons niet per se om “een militair aan de top”, maar om begrip, continuïteit en geloofwaardigheid “, constateert een officier teleurgesteld.
Terecht wantrouwen tegen politieke benoemingen
Onder velen overheerst een ander wantrouwen tegen politieke benoemingen. Door de jaren heen zijn op Defensie regelmatig burgers benoemd tot directeur. In theorie is dat logisch omdat Defensie valt onder civiel gezag. In de praktijk wordt die keuze echter vaak anders ervaren.
Veel van deze burger-directeuren werden gezien als partijgenoten of loyale vertrouwelingen van de zittende minister, al dan niet met bestuurlijke ervaring.. Daardoor ontstond in de gemeenschap het beeld dat deze functie zelden werd ingevuld op basis van deskundigheid maar op basis van politieke nabijheid. Dat beeld ondermijnt het gezag van het ministerie als instituut.
De directeur van Defensie is geen politiek adviseur en geen verlengstuk van een minister. Zij is ambtelijk verantwoordelijk voor de rechtmatige, doelmatige en controleerbare uitvoering van defensiebeleid
Een beladen militaire geschiedenis
De gevoeligheid rond Defensie is geen toeval. Sinds de jaren tachtig draagt Suriname een beladen geschiedenis met zich mee, waarin de verhouding tussen leger, politiek en burgerbestuur ernstig was ontspoord. Juist daarom is na die periode bewust gekozen voor civiel gezag en ambtelijke controle. Civiel gezag werkt echter alleen als het zichtbaar onafhankelijk is. Als een directeur vooral wordt gezien als “de politieke man of vrouw van de minister”, verliest die functie haar stabiliserende rol. Defensie personeel vreest dat de organisatie opnieuw kwetsbaar wordt voor politieke wisselvalligheid.
Herstel van vertrouwen in een wisselend politiek landschap
In deze tijd kan Suriname zich geen Defensie permitteren die wordt geleid door tijdelijke loyaliteit. Wat nodig is, is een directeur die begrijpt dat veiligheid niet alleen wordt bewaakt met wapentuig, maar met geloofwaardig bestuur. Juist nu, in een periode van economische druk, sociale onrust en toenemende nationale en internationale veiligheidsvraagstukken, is deze positie een beslissende factor voor de geloofwaardigheid van de staat.
