Sociale media schaden aantoonbaar de mentale gezondheid van adolescenten, met een disproportioneel effect op kinderen. Die conclusie van de Franse gezondheidsautoriteiten staat niet op zichzelf, maar contrasteert scherp met het gebrek aan structurele actie in veel landen. Terwijl de maatschappelijke impact groeit, hebben enkele staten wél ingegrepen en hun beleid herhaaldelijk aangepast aan technologische ontwikkelingen.
In Frankrijk wordt een wettelijk verbod besproken op sociale media voor kinderen onder de 15 jaar, gekoppeld aan verplichte leeftijdsverificatie en ouderlijke toestemming. Het doel is bescherming van minderjarigen tegen verslavende ontwerpmechanismen en schadelijke content. Noorwegen en Zweden hanteren strikte richtlijnen rond dataverzameling en reclame gericht op kinderen, met handhaving door privacy toezichthouders. In Verenigd Koninkrijk verplicht de Online Safety Act platforms om risicobeperkende maatregelen te nemen, zoals standaard hoge privacy-instellingen voor minderjarigen en snelle verwijdering van schadelijke inhoud. Australië voerde een verbod in op accounts voor kinderen onder 16 op bepaalde platforms, met boetes voor niet-naleving.
Volgens een ICT-expert is het kernprobleem niet alleen content, maar het verdienmodel. Algoritmen maximaliseren betrokkenheid door emotionele prikkels, wat leidt tot angst, vergelijking en verslaving. Effectief beleid vereist daarom leeftijdsverificatie, transparantie over algoritmen en voortdurende bijstelling. Landen die niets doen, laten bescherming over aan commerciële partijen. Dat is beleidsmatig onverdedigbaar.
