“Dat zal een grote uitdaging worden voor de aanklagers,” aldus Weinstein, verwijzend naar de verdediging van de verdachten. Weinstein was twintig jaar geleden hoofdaanklager bij een federale operatie tegen drugshandel en omkopingsbetalingen die verband hielden met de regering van de toenmalige Haïtiaanse president Jean-Bertrand Aristide en de nationale politie. Aristide werd destijds echter niet aangeklaagd voor het aannemen van steekpenningen in ruil voor bescherming.
Met die zaak als voorbeeld wees Weinstein op de aanzienlijke risico’s die gepaard gaan met het inzetten van geclassificeerde informatie in strafzaken. Dergelijk bewijsmateriaal kan namelijk vertrouwelijke bronnen blootleggen, waaronder personen die mogelijk als informant hebben gefungeerd voor Amerikaanse instanties. In dat kader noemde hij ook de mogelijkheid dat iemand als Nicolás Maduro ooit als overheidsbron heeft gewerkt voor de Central Intelligence Agency of een andere federale dienst.
Volgens Weinstein vereist elke zaak waarin geheime informatie een rol speelt een zorgvuldige afweging tussen verschillende belangen. Enerzijds staat het belang van vervolging en waarheidsvinding, anderzijds het beschermen van bronnen, methoden en lopende inlichtingenoperaties. “Zodra je in dit soort situaties terechtkomt, gaat het altijd om een balans,” benadrukte hij. “De fundamentele vraag is hoe cruciaal het betreffende bewijsmateriaal werkelijk is voor de zaak.”
Die afweging is volgens hem niet alleen juridisch complex, maar ook politiek gevoelig. Een verkeerde keuze kan niet alleen een strafzaak ondermijnen, maar ook bredere gevolgen hebben voor nationale veiligheid en internationale relaties.
Bron: Weinstein
