Geld voor stoelen in de lucht, niet voor borden op tafel

In Suriname is geld geen schaars goed. Het is alleen selectief zichtbaar. Het verschijnt
moeiteloos wanneer ministers, adviseurs en DNA-leden “dienstreizen” moeten maken naar
conferenties waar dezelfde woorden al twintig jaar worden herhaald. Tickets businessclass,
dagvergoedingen, hotels met uitzicht op niets dat de honger in Paramaribo kent. Dat geld is er
altijd. Net als het geld om zichzelf verhogingen toe te kennen die elke economische logica tarten,
honderden procenten tegelijk, goedgekeurd in vergaderingen waar armoede slechts een statistiek
is.

Maar zodra het gesprek verschuift naar schoolmaaltijden in het binnenland, voedselpakketten
voor ouderen of structurele ondersteuning van alleenstaande moeders, verandert de toon. Dan is
de staatskas plots leeg. Dan moet er worden “gekeken”, “geëvalueerd” en “gewacht op ruimte in
de begroting”. Kinderen wachten echter niet. Honger volgt geen begrotingscyclus.
De ironie is pijnlijk eenvoudig. In een land waar een ticket naar het buitenland sneller wordt
goedgekeurd dan een extra maaltijd voor een arm gezin, is het probleem geen geldgebrek maar
prioriteit. Armoede is geen verrassing; ze is bekend, zichtbaar en meetbaar. Dat zij blijft bestaan,
is dus geen falen van middelen, maar van keuzes. En keuzes liegen niet.

error: Kopiëren mag niet!