In Suriname ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 60 jaar. Dat is geen administratieve grens, maar het moment waarop burgers hun actieve bijdrage aan de economie grotendeels hebben geleverd. Wie deze leeftijd bereikt, heeft doorgaans decennialang gewerkt, belasting betaald en sociale lasten gedragen.
Vanuit economisch en maatschappelijk perspectief is het daarom logisch om gepensioneerden volledig vrij te stellen van iedere vorm van belastingheffing.
Pensioeninkomen is geen nieuw verdiend inkomen, maar uitgesteld loon. Belastingen zijn in de actieve jaren al geheven via loonbelasting, omzetbelasting en premies. Het opnieuw belasten van pensioenuitkeringen betekent feitelijk dubbele heffing op dezelfde arbeid. Dat ondermijnt het principe van fiscale rechtvaardigheid en tast het vertrouwen in het stelsel aan.
Daarnaast verkeren veel gepensioneerden in een kwetsbare positie. Stijgende kosten voor voedsel, energie en gezondheidszorg drukken onevenredig zwaar op vaste inkomens. Belastingvrijstelling vergroot hun koopkracht zonder complexe subsidieregelingen of administratieve lasten. Elke vrijgemaakte dollar wordt bovendien vrijwel direct lokaal besteed, wat de binnenlandse economie ondersteunt.
Sociaal gezien is volledige vrijstelling een erkenning van geleverde dienstdn aan land en samenleving. Het verlaagt stress, vergroot bestaanszekerheid en vermindert de kans op armoede onder ouderen. Beleidsmatig is dit geen gunst, maar een rationele correctie: wie zijn krachten heeft gegeven, verdient financiële rust, geen fiscale druk.
