De voordracht van Hanisha Jairam om Suriname te vertegenwoordigen in India roept fundamentele vragen op over diplomatieke geschiktheid, gezien eerdere publieke uitspraken waarin India werd neergezet als een land waar armoede, bedelarij en politieke manipulatie zouden domineren.
Een voormalig Surinaams diplomaat, met ervaring in multilaterale posten, noemt dergelijke uitlatingen “problematisch en diplomatiek onverstandig”. Volgens hem worden ambassadeurs niet alleen beoordeeld op formele kwalificaties, maar ook op hun publieke reputatie en respectvolle omgang met het gastland.
In de diplomatie geldt dat publieke uitspraken uit het verleden niet verdwijnen bij aantreden, maar onderdeel blijven van het profiel waarmee een vertegenwoordiger wordt ontvangen. Een ontvangend land analyseert dergelijke uitspraken in de context van wederzijds respect en non-interventie.
Negatieve generalisaties over sociale omstandigheden in India kunnen daar worden opgevat als neerbuigend of politiek geladen, wat het vertrouwen bij autoriteiten en maatschappelijke instellingen kan schaden.
De ex-diplomaat stelt dat India een sterk historisch bewustzijn heeft en gevoelig is voor buitenlandse beeldvorming. In dat licht kan een ambassadeur met een dossier van scherpe publieke kritiek de bilaterale relatie onnodig belasten, nog vóór inhoudelijke samenwerking op gang komt. Diplomatie vraagt terughoudendheid, culturele sensitiviteit en strategische communicatie.
Vanuit dat perspectief is het volgens hem raadzaam kritisch te heroverwegen of iemand met deze publieke uitspraken de meest effectieve vertegenwoordiger is voor Suriname in New Delhi.
