President Jennifer Simons vraagt van de Surinaamse bevolking geduld en samenwerking om de achteruitgang van de afgelopen vijf jaren te herstellen. Straatacties zouden daarbij niet helpen.
Die oproep klinkt redelijk, maar roept tegelijk fundamentele vragen op. Want terwijl zij spreekt over vijf jaar, blijft het oorverdovend stil over de ravage uit de periode 2010–2020, die volgens cijfers van de Centrale Bank van Suriname leidde tot een cumulatieve inflatie van ruim 60 procent.
Een financieel expert noemt die tien jaar “de stille ontploffing onder de koopkracht”. Structurele tekorten, monetair financieren, slecht begrotingsbeheer en politieke kortetermijndenken hebben volgens hem de basis gelegd voor de huidige armoede. “De pijn die mensen vandaag voelen, is geen ongeluk van de laatste vijf jaar, maar het resultaat van jarenlang uitstel en ontkenning.”
De bevolking wordt nu opnieuw gevraagd mee te werken en geduldig te zijn. Maar geduld zonder perspectief is geen beleid. Wat mag de burger verwachten ná dat geduld? Tot nu toe zien velen vooral een voortzetting van het beleid uit de Santokhi-periode, slechts anders verpakt.
Volgens de expert is vertrouwen alleen mogelijk met duidelijke keuzes: erkenning van fouten uit het verleden, een helder herstelpad en meetbare doelen. Zonder dat blijft geduld een lege belofte, en armoede een blijvende realiteit.
