Hoewel de politie een daling van de criminaliteit rapporteert, voelt dat voor veel burgers niet zo. In gesprekken in buurten van Paramaribo tot Saramacca klinkt dezelfde verzuchting: “We horen dat het beter gaat, maar wij voelen het niet.” Het veiligheidsgevoel wordt niet gevormd door statistieken, maar door dagelijkse ervaringen. Een enkel schietincident, een brutale straatroof of een inbraak in de buurt kan het vertrouwen van een hele gemeenschap aantasten.
Burgers zien nog steeds donkere straten, kapotte verlichting en te weinig politie-aanwezigheid in de wijk. Wanneer een noodoproep soms te lang duurt, blijft het gevoel hangen dat men op cruciale momenten alleen staat. Ook sociale media spelen een grote rol: filmpjes van misdrijven worden duizenden keren gedeeld, waardoor het lijkt alsof gevaar altijd dichtbij is, zelfs wanneer het cijfermatig afneemt.
De economische situatie versterkt dat gevoel. Stijgende kosten, werkloosheid en stress maken mensen kwetsbaarder en alerter voor risico’s. In die context voelt elke misdrijf zwaarder dan voorheen.
Burgers willen geen theorie, maar tastbare daden: zichtbare patrouilles, snelle opvolging van meldingen en betere verlichting. Pas wanneer veiligheid dagelijks voelbaar wordt, kan het vertrouwen terugkeren in de straten van Suriname.
