Terwijl opeenvolgende regeringen het belang van “landsbelang” en “transparantie” in hun beleid hebben benoemd, zijn er duidelijke verschillen in benadering en focus.
Met name de regering-Bouterse benadrukte meer het sociale aspect en nam enkele stappen op wetgevend gebied, terwijl de regering-Santokhi transparantie en corruptiebestrijding tot een centrale beleidspijler heeft gemaakt en hier meer wetgeving voor heeft aangenomen.
De daadwerkelijke impact en de perceptie van het publiek op de uitvoering van dit beleid zijn echter bij beide regeringen een complex en voortdurend onderwerp van debat.
De huidige regering Simons-Rusland heeft ook uitgesproken Suriname naar grotere hoogten te willen brengen door met name een “transparant beleid“.
Echter, de strijd tegen corruptie is een van de grootste uitdagingen voor elke Surinaamse regering die de weg naar transparantie enorm belemmert.
De regering-Santokhi heeft het als een speerpunt benoemd en wetgeving ingevoerd, maar de resultaten zijn vooralsnog gemengd. De suggestie dat de nieuwe regering onder leiding van Jennifer Simons de corruptie van de voorgangers zal onthullen, is een logische stap in dit politieke spel, maar het is een gevecht tegen een diepgeworteld probleem dat verder gaat dan de politieke voorkeur van de dag. Het vergt structurele hervormingen, een sterke rechtsstaat en een verandering in de maatschappelijke cultuur om corruptie daadwerkelijk te bestrijden.
Corruptie kost het land aanzienlijke bedragen die anders geïnvesteerd konden worden in onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Het leidt tot inefficiëntie, verspilling van overheidsgeld en afschrikking van buitenlandse investeerders.
De middelen van het land worden niet eerlijk verdeeld, wat de kloof tussen arm en rijk vergroot en de kwetsbaarheid van de armste lagen van de bevolking vergroot.
Corruptie ondermijnt het vertrouwen in de politiek en de rechtsstaat, waardoor burgers het geloof verliezen in de instituties en de democratische processen, wat de politieke stabiliteit in gevaar brengt.
Als burger van het land zegt meneer Ewald: “Ik schrik niet eens meer van de negatieve berichten die we dagelijks via de media te horen of te zien krijgen. Corruptie en transparantie liggen zo ver van elkaar, dat ik de hoop reeds heb opgegeven. Natuurlijk is de wens aanwezig dat het goed komt. Maar de kans is erg klein met oneerlijke spelers op het veld. Er is een duidelijk verschil tussen de intenties en de geconstateerde problemen bij de uitvoering van het transparantiebeleid.”
