Staatsadviseurs: Parkeerplaats voor macht, factuur voor het volk

In geen enkele serieuze staatsinrichting hoort een functie te bestaan zonder taakomschrijving, zonder meetbare output en zonder politieke verantwoording. Toch heeft Suriname precies dat geïnstitutionaliseerd: de staatsadviseur. Geen mandaat van de kiezer, geen transparante opdracht, geen publieke toetsing. Alleen privileges. Auto. Salaris. Toegang. En vooral: stilte.

De oorsprong ligt bij Jules Wijdenbosch. Wat begon als een politiek instrument om bondgenoten te belonen of tegenstanders te neutraliseren, is uitgegroeid tot een structureel probleem. Een systeemfout die is blijven bestaan omdat het nuttig is voor machthebbers. Niet voor beleid, niet voor ontwikkeling, maar voor controle. Wie lastig is, krijgt een titel. Wie overbodig is, krijgt een kantoor. Wie potentieel gevaarlijk is, wordt netjes opgeborgen.

Het precedent werd zichtbaar bij Desi Bouterse. Toen zijn rol als staatsadviseur te veel gewicht kreeg, werd hij zonder ceremonie verwijderd. Dat moment onthulde de waarheid: de functie is geen positie van invloed, maar een instrument dat alleen bestaat zolang het ongevaarlijk blijft. Zodra inhoud verschijnt, verdwijnt de stoel.

Daarna werd het model verfijnd. De staatsadviseur veranderde van tijdelijke oplossing naar permanente parkeerplaats. Geen overgangsfase, maar eindstation. Politici die intern verliezen, maar extern niet kunnen worden afgedankt, krijgen een zachte landing. Geen verantwoordelijkheid, geen risico, geen zichtbare prestaties. Alleen aanwezigheid. En aanwezigheid wordt betaald.

De benoeming van Ramon Abrahams past exact in dat patroon. Verlies binnen de partijstructuur, geen directe rol meer in beleid, maar nog te relevant om volledig te negeren. Dus volgt de klassieke oplossing: titel geven, positioneren buiten de zichtbare macht, en ondertussen de interne balans bewaren. Het is geen bestuur. Het is schadebeperking.

Hetzelfde gold voor Gregory Rusland, die eveneens in deze constructie terechtkwam totdat politieke druk het systeem even corrigeerde. Niet omdat het model verkeerd was, maar omdat het tijdelijk niet uitkwam. Dat is de constante: principes spelen geen rol. Alleen bruikbaarheid.

Dan is er de retoriek van machteloosheid. Een president die verwijst naar afspraken uit het verleden, naar constructies rond Salam Somohardjo, alsof hij gebonden is aan een onzichtbaar contract. Dat argument houdt geen stand. Staatsmacht is geen erfenis die je passief beheert. Het is een instrument dat je actief gebruikt of bewust misbruikt. Wie zegt dat hij niet kan ingrijpen, kiest ervoor om niet in te grijpen.

De kern is eenvoudig en ongemakkelijk: de staatsadviseur is geen functie, maar een symptoom van een systeem dat weigert keuzes te maken. In plaats van mensen te beoordelen op prestaties, worden ze verplaatst. In plaats van verantwoordelijkheid toe te wijzen, wordt die verdampt. In plaats van kosten te rechtvaardigen, worden ze verstopt.

En de rekening? Die is concreet. Publiek geld stroomt naar posities zonder output. Middelen die bedoeld zijn voor onderwijs, zorg of infrastructuur verdwijnen in politieke opslagruimtes. Niet zichtbaar, niet controleerbaar, maar wel structureel.

Dit is geen incident. Dit is beleid vermomd als traditie.

De realiteit is harder dan de façade: de staatsadviseur adviseert niets, beslist niets en verandert niets. De functie bestaat om politieke rust te kopen met publiek geld.

De cynische conclusie is onvermijdelijk: in Suriname is niet de adviseur overbodig, maar het advies. De stoel blijft. De inhoud is al lang vertrokken.

error: Kopiëren mag niet!