De burger rekent. De regering vliegt.
De prijzen stijgen. Olie duur. Voedsel duur. Huur duur. Alles duur. Alleen één ding blijft goedkoop: verantwoordelijkheid.
In het land van “geduld” zit het kabinet in business class. Ze noemen het dienstreis. Het volk noemt het vakantie met bonnetjes. Duizenden dollars verdwijnen in vliegtickets, hotels en diners. Ondertussen vraagt men de burger om rust. Rust met lege maag.
Het parlement doet vrolijk mee. Nog een reis. Nog een conferentie. Nog een foto met handdruk. Resultaat: nul. Kosten: voor het volk. Altijd voor het volk.
De economie wankelt. Schulden groeien. Inflatie vreet lonen op. Maar de bestuurders leven alsof het feest net begonnen is. Alsof crisis een gerucht is. Alsof cijfers niet bestaan.
“Geduld”, zeggen ze. Geduld is hun favoriete exportproduct. Zonder einddatum. Zonder plan. Zonder schaamte.
Een minister heft een glas: “Voor het volk.” Hij drinkt het zelf op.
De burger kijkt toe. Telt centen. Slaat maaltijden over. Betaalt belasting. Betaalt reizen. Betaalt illusies.
Als ambtsdragers echt op vakantie willen, laat ze betalen. Eigen geld. Eigen tijd. Geen vermomming als werk. Geen leugen als beleid. Maar dat gebeurt niet. Want macht eet graag. En macht betaalt niet.
Wanneer was de laatste keer dat een bestuurder zei: “Dit is de laatste reis. Dit stopt nu.” Insufficient data to verify. Tot die dag blijft het simpel: de regering vliegt hoger, het volk zakt dieper.
Eindconclusie: in dit systeem is armoede geen probleem, maar een sponsor.
