De delegatie vertrekt. Niet met vragen. Niet met oplossingen. Met koffers. Grote koffers. Gevuld met “rechtvaardigheid voor toekomstige generaties”. Gewicht: onbekend. Inhoud: vermoedelijk lucht.
De Interparlementaire Unie organiseert een vergadering. Istanbul roept. En plots herinnert de politiek zich dat rechtvaardigheid bestaat. Niet in Paramaribo. Daar was het te warm, te duur of te ingewikkeld. Maar in Turkije, tussen buffetten en conferentiezalen, groeit rechtvaardigheid blijkbaar vanzelf.
Rabindre Parmessar, Asiskumar Gajadien en Ines Pané stappen in. Business class. Natuurlijk. Want rechtvaardigheid heeft beenruimte nodig. En champagne. Economy is voor het volk. Het volk dat “geduld” moet oefenen. Het volk dat belasting betaalt voor tickets die het zelf nooit zal zien.
Jaren in de politiek. Resultaten? Stilte. Maar kilometers? Indrukwekkend. Hoe armer het land, hoe verder de reis. Hoe groter de problemen, hoe luxer de stoel. Het parlement heeft zichzelf een upgrade gegeven. Elite op papier, elite in de lucht, elite zonder bewijs.
Ines Pané reist mee. Sociale zaken? Dat was ooit haar terrein. Resultaat: sociale gaten zo diep dat zelfs rechtvaardigheid er niet meer uit klimt. Maar geen probleem. In Istanbul wordt er vast een panel gehouden over “hoe niet te leveren en toch te reizen”.
De thema’s klinken zwaar. “Toekomstige generaties.” Mooie woorden. Perfect voor speeches. Niet voor beleid. Toekomstige generaties krijgen geen rechtvaardigheid. Ze krijgen schulden. En foto’s van lachende politici in buitenlandse zalen.
De burger kijkt toe. Op de grond. Geen ticket. Geen stem. Alleen rekening.
En terwijl de delegatie terugvliegt, blijft rechtvaardigheid achter. Niet in Istanbul. Niet in Suriname.
Rechtvaardigheid heeft namelijk geen paspoort. Alleen een business class boarding pass.
