Nabestaanden van de slachtoffers van de 8 decembermoorden hebben een Kort Geding aangespannen tegen de Staat Suriname. De zaak dient op 14 april. Zij eisen eerherstel, erkenning dat de slachtoffers onschuldig waren en officiële excuses van de staat. Daarnaast vragen zij per familie €1,25 miljoen schadevergoeding. In totaal komt dat neer op €18,75 miljoen, exclusief rente. Ook willen zij dat de staat een dwangsom van SRD 500.000 per dag per familie betaalt als er niet wordt voldaan aan de eisen.
Volgens een juridisch expert van Dagblad Suriname is de gekozen aanpak echter problematisch. In begrijpelijke taal betekent dit het volgende: een Kort Geding is bedoeld voor snelle, tijdelijke beslissingen. Bijvoorbeeld om iets direct stop te zetten of juist snel af te dwingen. Het is niet bedoeld om definitieve uitspraken te doen over grote kwesties, zoals schuld, eerherstel of miljoenenclaims.
De wet geeft volgens de expert al een andere route. Nabestaanden kunnen zich in een strafzaak voegen om schade te eisen, of een aparte civiele procedure starten. Dat heet een bodemprocedure. Daarin onderzoekt de rechter de zaak uitgebreid en kan hij definitieve beslissingen nemen.
De eisen in dit Kort Geding gaan volgens de expert te ver voor zo’n snelle procedure. Eerherstel en excuses zijn definitief van aard, net als een schadevergoeding van miljoenen. Daarom is de kans groot dat de rechter oordeelt dat deze zaak niet geschikt is voor een Kort Geding.
De verwachting is dat de rechter het verzoek mogelijk afwijst of doorverwijst naar een bodemprocedure, waar de zaak inhoudelijk volledig behandeld kan worden.
