Het dilemma tussen twee paspoorten – De prijs van een interlandkeuze

De situatie rond FC Groningen doelman Etienne Vaessen en veel andere spelers  blijft actueel. De kwestie laat zien hoe een sportieve beslissing kan uitmonden in een juridisch dilemma. De keuze om voor Suriname uit te komen, heeft gevolgen die verder reiken dan het voetbalveld en ook rechtstreeks betrekking op het  nationaliteitsrecht en arbeidsregels.

De kern ligt in de Nederlandse en Surinaamse  wet. Volgens artikel 15 lid 1 onder a van de Rijkswet op het Nederlanderschap verliest een Nederlander automatisch zijn nationaliteit wanneer hij vrijwillig een andere nationaliteit aanneemt.

Tegelijk bepaalt de Surinaamse Wet op de Nationaliteit en Ingezetenschap dat dubbele nationaliteit in principe niet wordt toegestaan. Wie Surinamer wil worden, moet dus bewust kiezen.

Voor Vaessen had die keuze directe gevolgen. Door het aannemen van de Surinaamse nationaliteit verloor hij zijn Nederlandse paspoort en werd hij in Nederland juridisch gezien een niet-EU-speler. Dat betekent dat hij afhankelijk werd van een verblijfs- en werkvergunning. Zolang die zaken niet geregeld zijn, mogen clubs hem niet inzetten en zelfs trainen ligt gevoelig, omdat trainen  juridisch als arbeid wordt gezien. Het gevolg is de vervelende situatie van profvoetballers die fit en speelgerechtigd zijn, maar toch noodgedwongen inactief zijn.

Dat dit geen typisch Surinaams probleem is, blijkt uit andere gevallen. Een voorbeeld is de in Liberia geboren Nederlandse voetballer Ola John en recent de zaak rond Indonesische international Dean James van Go Ahead Eagles, die in beeld was om voor Indonesië te spelen. Als  ze daadwerkelijk een andere  nationaliteit hadden aangenomen, zou dezelfde Nederlandse wetsbepaling gelden en zouden zij eveneens zijn Nederlandse nationaliteit kunnen verliezen. Het principe is dus hetzelfde. Bij het vrijwillig aannemen van een andere nationaliteit verliest men een automatisch de Nederlandse nationaliteit, voetballers inbegrepen. 

Een van de getroffen spelers is Tjaronn Chery (NEC), die voor Suriname uitkwam. Intussen hebben Vaessen  en Chery hun werkvergunning binnen en mogen weer trainen.

Desondanks ontstaat het beeld dat vooral Surinaamse spelers worden getroffen. Dat komt doordat veel andere internationals, bijvoorbeeld met Marokkaanse of Turkse roots, hun tweede nationaliteit al bij geboorte hebben. Zij hoeven geen nieuwe nationaliteit aan te nemen en behouden daardoor hun Nederlandse paspoort. Dat verschil is juridisch van belang.        

Opmerkelijk genoeg heeft ook de Surinaamse nationale ploeg zelf laten zien dat het anders kan. In de selectie zaten de afgelopen jaren spelers die hun Nederlandse nationaliteit behielden, omdat zij geen Surinaams staatsburgerschap aannamen maar via internationale voetbalregels toch speelgerechtigd waren. Daardoor kunnen twee spelers hetzelfde voetbalshirt dragen, terwijl hun juridische status totaal verschilt.

De zaak rond Vaessen en anderen maakt duidelijk dat het  geen kwestie van voetbal of afkomst, maar van wetgeving. Zolang nationale regels over nationaliteit niet op elkaar aansluiten, zullen spelers die een internationale keuze maken het risico blijven lopen om tussen wal en schip te belanden.

error: Kopiëren mag niet!