Suriname wordt supermacht… op papier en in toespraken

Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu ziet het al voor zich: Suriname als grootmacht. Niet zomaar een land, maar een soort olie-Walhalla met shorebases, appartementen en restaurants die als paddenstoelen uit de grond schieten. De toekomst ruikt naar dollars, zegt men. Alleen jammer dat het verleden nog steeds naar modder ruikt.

Want dit verhaal kennen we al. In de jaren zestig waren we ook een “grootmacht”. Bauxiet, aluminium, buitenlandse bedrijven die kwamen en gingen met volle zakken. Het volk bleef achter met lege handen en volle beloftes. De elite vertrok via de voordeur, het volk bleef via de achterdeur hangen.

Daarna kwam goud. We zouden rijk worden. Iedereen zou profiteren. In werkelijkheid graaft het volk nog steeds in de modder, terwijl een kleine groep goud ziet als familie-erfstuk. De rest krijgt stoflongen en hoop.

En nu? Nu krijgen we “local content”. Een mooi woord voor: we mogen misschien meehelpen, zolang de grote deals elders worden getekend. Drie shorebases, een luchthaven, appartementen. Alsof beton automatisch welvaart produceert.

Landbouw? Ooit zouden we de schuur van de regio worden. Uiteindelijk kregen we er een extra bladgroente bij. Revolutionair. Honger opgelost.

Het probleem is niet dat Suriname potentie mist. Het probleem is dat elke generatie politici dezelfde plaat afspeelt, met dezelfde beloftes en dezelfde uitkomst. En opvallend: het zijn vaak dezelfde partijen die eerst alles hebben laten ontsporen, en nu opnieuw het stuur willen vasthouden.

Waarom zou het deze keer anders zijn? Omdat er een conferentie komt in juli?

Suriname wordt inderdaad een grootmacht. In speeches. In PowerPoints. In dromen.

In de realiteit blijft “Moesje” gewoon in de goot staan, wachtend op de volgende belofte die haar leven zal veranderen. Dit keer écht. Uiteraard.

error: Kopiëren mag niet!