De minister verklaart dat hij niets kan doen aan de opmars van zogenoemde e-bike “monsters”, omdat er geen specifieke wet bestaat. Volgens deze redenering is alles wat niet geregeld is automatisch toegestaan. Dat betekent in de praktijk dat voertuigen zonder kenteken, verzekering of controle vrij over de openbare weg kunnen bewegen, terwijl voor gewone verkeersdeelnemers wél regels gelden.
De logica is opmerkelijk: waar wetgeving ontbreekt, ontstaat geen verantwoordelijkheid. Dat leidt tot een omgekeerde realiteit waarin niet de bestuurder, maar impliciet de staat opdraait voor schade. In deze satirische lezing zou elke botsing met een illegale e-bike automatisch een rekening richting het hoogste gezag sturen, aangezien toezicht en regulering ontbreken.
Voorbeeld: een automobilist rijdt legaal door de stad. Plotseling kruist een opgevoerde e-bike zonder verlichting en zonder registratie zijn pad. Botsing. Schade. De bestuurder van de e-bike verdwijnt. Volgens de “geen wet, geen actie”-logica blijft de gedupeerde achter zonder dekking. De conclusie wordt dan absurd maar consistent: de staat, en dus uiteindelijk de president, draagt de kosten van het vacuüm.
Het probleem ligt niet bij het ontbreken van regels op zich, maar bij het niet toepassen van bestaande principes. Openbare wegen impliceren altijd voorwaarden: toelatingseisen, veiligheidseisen en aansprakelijkheid. Als een voertuig zich daarop begeeft, valt het onder regulering, ongeacht de benaming “fiets” of “motor”.
De verwijzing naar eerdere regeringen verandert niets aan de huidige verantwoordelijkheid. Bestuur impliceert correctie van fouten, niet het voortzetten ervan.
Zonder ingrijpen verschuift het systeem van recht naar willekeur. En in willekeur ontstaat precies datgene wat men zegt niet te willen: chaos, juridisch vacuüm en een groeiende rekening die uiteindelijk bij niemand en tegelijk bij iedereen terechtkomt.
